20. Altaar

“Ken je het boek Heidense heiligdommen van Judith Schuyf? Een prachtig boek dat oude heilige plekken beschrijft, zoals bomen, heuvels en waterbronnen. Als je dat lees, loopt je als het ware door dat oude landschap met al die heilige plaatsen.

Ik heb zelf zo’n heiligdom gemaakt: een altaar langs de weg. Een straatbieb waarin ik al mijn oude boeken leg. Hij wordt veel gebruikt. Mensen brengen boeken die ze niet meer willen, en halen er weer nieuwe boeken op. Boeken over zelfhulp zitten er altijd bij. En boeken over seks, die ook altijd. Dat is heel bijzonder. Sommige mensen willen van zo’n boek af, en leggen dat graag in het biebje. Misschien is er iemand overleden of hebben ze het niet meer nodig. Dan is het afleggen van dat boek een soort rituele reiniging; het is tijd dat ik dit boek, dat ooit iets voor mij heeft betekent, doorgeef aan een ander voor wie het wat kan betekenen. En andere mensen vinden dat boek dan daar. Het is het doorgeven van betekenis in de vorm van een boek. Zelf zouden ze dat misschien nooit in een winkel kopen, dat geeft te veel schaamte. Maar ja, als ze zo’n boek in het biebje vinden, dan is het eigenlijk de wil van een Hogere Macht of van het Universum dat ze dat daar tegenkomen. En dan mogen ze het wel een goed thuis geven. Een ritueel ontvangen, als het ware.

Dat is precies wat een altaar is: een plek waar je kunt praten met God of de Goden, en dan een goed gevoel krijgt. De een legt iets af, de ander ontvangt iets. Mijn straatbieb heeft de vorm van een huisje. Net als de straatkapelletjes die je in het landschap vindt. Mijn eigen kleine altaar…”

18. Vertrouwen

“Er gebeuren geen goede of slechte dingen. Elke dag dienen zich dingen aan; goed of slecht is slechts een interpretatie. De hele wereld is interpretatie. Van jou en van mij. Jij bent de enige die een interpretatie kan geven aan jouw wereld. Als je kunt leven in vertrouwen met wat er is en heel je wil uitgumt, dan kun je in de wereld planten wat je wilt. Dan ben je één met de wereld, met het universum en met de kracht die daar achter zit”

12. Hand in hand

“Ik neem wel eens foto’s van oudere mensen die hand in hand lopen. Het is zo mooi. Kwetsbaar en sterk tegelijk. De essentie van liefde is dat je je kwetsbaar durft op te stellen en dat je weet dat die ander er zorgvuldig mee zal omgaan. Er lopen veel stellen samen op straat, maar pas als ze hand in hand lopen, zie je dat het goed zit, dat ze zich open stellen voor elkaar. People are meant to be together.

Als kind droomde ik van later. Ik groeide op in een cultuur waarin films en verhalen voortdurend het romantische ideaal vertellen. Je wordt verliefd, je gaat trouwen, je krijg kinderen en je wordt samen oud. Ons huis was groot, met een enorme bovenverdieping. Ik zie me nog als klein meisje boven door de gang lopen. Dan gleed ik met mijn vinger langs de muur en fluisterde: “I want to be loved.” En dat is nog steeds zo. Emotioneel, spiritueel en fysiek.

Mijn ouders zijn gescheiden. Beiden zijn nu alleen, en dat voelt niet goed. Ik weet niet wat mijn eigen toekomst gaat brengen. Er is geen plan, ik beweeg met wat zich aandient. Maar samen oud worden, dat wil ik.”

7. Bogart

‘Met wie ben je vanmiddag naar het graf van mama gegaan?’

‘Eh..’ Aarzeling. ‘Dat weet ik niet meer. Ik vergeet zo veel.’

Zo is het. De lange termijn zit er nog goed in. Hij kan altijd veel vertellen over de oorlog, soms wel drie keer achter elkaar. ‘Vanuit ons huis zagen we hoe het vliegveld werd gebombardeerd. Het hele huis trilde. Ik ben onder de tafel gekropen en deed het in mijn broek van angst.’

Maar de korte termijn lijkt voortdurend gewist te worden.

‘Vind jij jezelf eigenlijk gevoelig?’

Bijna zichtbaar dwaalt hij door zijn gedachten. ‘Ja, ik denk het wel. Ik kan wel ontroerd raken door een gevoelige film.’

Het moet wel. Ik kan het niet van een vreemde hebben. Zijn ideale man was Humphrey Bogart: hard van buiten, zacht van binnen. In het huis waar ik opgroeide was er maar één de baas.

‘Oh, ik weet het alweer. Het was je broer. Die heeft me even naar het graf gebracht.’

Ik glimlach. Alsof een kleine zonnestraal het huis verlicht.

4. Engeltje

Geloof jij in geesten?

Ik wel. Ik heb dingen meegemaakt. Mijn man is veel te vroeg gestorven. Het was alsof hij zijn dood voelde aankomen. Voordat het gebeurde reden we naar huis.  Laten we maar niet deze weg nemen, zei hij, de weg die we normaal altijd reden. Alsof hij wist dat er daar iets stond te gebeuren.

Hij was mijn grote liefde. Oh, we hadden best wel eens ruzie hoor. Soms kon ik hem wel achter het behang plakken. Maar het kwam altijd weer goed. We hielden van elkaar. Als ik een boodschap heb voor de mensen in de wereld, dan is het dit: Wees een beetje aardig voor elkaar. Toen hij dood was, heb ik hem nog gezien. Op een nacht werd ik wakker, en toen stond hij naast mijn bed. Ik dacht: Verrek, daar staat hij! Is dat nou niet gek? Het is waar, de geesten zijn onder ons.

Ik heb ook wel wat met de toekomst. Altijd al gehad. In de oorlog werd Den Helder gebombardeerd. We werden allemaal weggehaald in een schoolbus. Ik keek achterom en zag de huizen branden. En ik dacht: Dit heb ik eerder gezien! Ik heb al eerder gezien dat de huizen aan het branden waren!

Laatst werd er een briefje bezorgd, door een meisje hier uit de straat. Gewoon een heel lief briefje, dat ze hoopte dat het goed met mij ging. Ik heb teruggeschreven: Ik vind dat heel lief, meisje, maar ik weet niet wie je bent. Zou je niet eens een kopje thee komen drinken? En toen kwam ze. Vijftien jaar. Gescheiden gezin, maar het gaat goed bij haar thuis. Ze was zó lief.

Wat denk je, zou zij misschien een engeltje zijn?