Zandhagedis in lentekledij

Afgelopen weekend op zoek gegaan naar zandhagedissen. Twee plekken bezocht, en op allebei was het raak! Het kan nog best wel koud zijn, en in de zon strekken de dieren zich zo breed mogelijk uit om maar zo veel mogelijk warmte op te vangen.

De mannetjes zijn nu op zijn mooist, in hun groene lentekleed. Maar dat maakt dat niet altijd indruk: het vrouwtje hieronder maakte een agressieve beweging, en het mannetje bleef beduusd achter.

Veel hagedissen in dit gebied hebben teken. Dat blijkt vooral de schapenteek te zijn, ixodes ricinus.

Recent onderzoek toont aan dat de hagedissen immuun zijn voor besmetting met de bacterie Borrelia burgdorferi, die de ziekte van Lyme veroorzaakt. In gebieden met veel zandhagedissen komt de bacterie minder voor in de nimfen.

(zie bijvoorbeeld https://ravon.nl/instagram/hoe-de-zandhagedis-zorgt-voor-minder-ziekte-van-lyme)

Appelbloesem

Hoe heerlijk, deze vroege lente 2025. Warm, zonnig, droog – een beetje té droog voor sommigen. Maar jongens, wat is het genieten buiten met je kopje koffie onder de appelbloesem…

Ooievaars op de eieren

Op 10 minuten fietsen van mijn huis bevindt zich een prachtige kolonie ooievaars. Ze zijn alweer druk aan het broeden.

Ik vermoed dat het exemplaar met de bruine veren een eerstejaars is. De snavel is al fel rood in plaats van zwart, maar het verendek is nou niet echt stralend wit te noemen, en hij heeft duidelijk één van de slechtste plekken van de kolonie gekregen: het dichtst de weg, het laagst op de stam. Het arme dier wordt voortdurend bekeken door fotografen zoals ik, en auto’s die even stoppen. Gelukkig lijkt hij gewend aan drukte, want hij bleef onverstoorbaar soezelen (het resultaat: vele, vele foto’s met gesloten ogen).

En wat klinkt dat klepperen toch mooi!

So. What next?

Favoriete bosbewoner

Dit is vermoedelijk mijn favoriete bosbewoner: de boommarter. Echte, wilde natuur, zomaar in ons eigen Nederland. Het is alweer twee jaar geleden dat ik er voor het laatst een zag. Vorig jaar vond ik wel een bewoonde boom, maar nét te laat. Het gezin had de boom waarschijnlijk de week ervoor verlaten, te oordelen aan de latrine. Nu zit het moertje er nog. Vandaag tenminste – het zal niet de eerste keer zijn dat een gezinnetje van de ene op de andere dag verdwijnt…

Vandaag een groot deel van de dag gepost bij het nest, om te kijken hoe het staat met de gezinsuitbreiding. Het moertje kwam één maal buiten kijken, en hield het daarna voor gezien. Niet zo spectaculair, maar in het nest waren de jongen te horen. Ik gok dat ze over één of twee weken zo ver zullen zijn dat ze het nest verlaten. Het is te hopen dat iedereen dan de hond aan de lijn houdt.

Zo´n lange dag in het bos geeft altijd nieuwe ervaringen. Bijvoorbeeld de koolmezen en boomklevers, die geregeld langs komen om de latrine te inspecteren. Ik vermoed dat daar wel wat insecten te vinden zijn.

Ook leuk zijn de toevallige ontmoetingen met andere bosbewoners. Zoals deze rode eekhoorn, die even stil hield om te kijken. Verrek, zit daar nou een mens? Ja zeg, het is echt een mens! Nou ja, rustig doorlopen maar, en doen alsof ik hem niet heb gezien…

Dichtbij en ver weg

Soms vind je vlak bij huis de meest exotische locaties. Vorige week was ik in het Belgische Oostende, dat me verwende met een paar prachtige zonsondergangen. Met het on-Nederlandse licht leek het ver, heel ver weg. Dichtbij of ver weg, uiteindelijk zit het allebei in jezelf…

Kersenbloesem

Elk jaar ben ik te laat, maar elk jaar een klein beetje minder te laat. Als de trend zo doorzet, dan zal ik volgend jaar misschien bijna op tijd zijn voor de kersenbloesem. Die hoor je natuurlijk in Japan te zien, maar dat is wat ver. Ik kies voorlopig voor de Japanse tuin in het Amsterdamse bos.

Onderweg naar mijn vader had ik 15 minuten om even snel uit te stappen, de vouwfiets te pakken en wat snapshots te maken. En ik was niet de enige: dranghekken en tijdelijke fietsenrekken moesten de enorme meute bezoekers in goede banen leiden. Nu vind ik mensen op een foto geen enkel probleem – vaak zelfs noodzakelijk om een foto voldoende interessant  te maken. Maar dit waren er wat veel; bovendien waren mijn gedachten elders en wilde ik door. Dus hield ik de blik naar boven gericht.
Wie volgend jaar zin heeft om met zonsopkomst in de Japanse tuin op de foto te gaan, moet maar even een seintje geven. Zet het vast in de agenda – en dan maar afwachten of de natuur zich aan jouw afspraak houdt.

Lachen met purperkoeten

Ooit was ik in Mallorca, waar ik erg graag de prachtige purperkoet op de foto wilde zetten. Dochter en vriendin hadden niet zo’n zin om mee te lopen en bleven liever in het cafeetje aan het begin van het lange, rechte pad door het moeras. Terwijl ik speurend verder liep hoorde ik ze opeens achter me schreeuwen. Ik draaide me om en gebaarde: “Wat is er?”

Weer riepen ze, en wezen mijn kant op. Ik begreep er niets van, en liep maar verder.

Later vertelden ze me gierend van de lach dat er een vlak achter mij rustig over het pad had gewandeld – die juist in de bosjes indook toen ik me omdraaide. En terwijl ik me omdraaide, rende een tweede achter mijn rug óók het pad over. Zij lagen dubbel – ik merkte niets.

Ik kreeg ze op de foto, maar ik had kunnen wachten tot deze winter. December 2021 werd de eerste purperkoet ooit in Nederland gezien, in Zevenhuizen. Meteen gevolgd door een tweede in Alblasserdam. Ik ben niet zo’n fanatieke twitcher die alle zeldzaamheden meteen afrent, dus ik heb ze lekker laten zitten.

Twee weken geleden was ik op die prachtige zondagochtend in Kinderdijk om de molens te fotograferen – die van de vorige blogpost. Iemand zag mijn telelens, en vroeg of ik nog zeldzame vogels had gezien. “Niet echt,” antwoordde ik. “De cetti’s zanger vind ik altijd wel leuk, want dat was vroeger een echte zeldzaamheid.” Een andere molen-fotograaf merkte op dat hij nog even zijn telelens ging halen voor de vogels. Ik ging rustig naar huis – een uur rijden – en kwam er pas dagen later achter dat die tweede purperkoet dus gewoon vierhonderd meter verderop langs hetzelfde fietspad had gezeten. Waar hij de hele winter had gezeten.

Nou ja, dat was toch wat te veel voor me. Het weekeinde daarna was de verwachting wederom stralend, en ben ik maar teruggekeerd. Nogmaals de molens bij zonsopkomst, en nu ook de purperkoet. Ik denk dat ik hem vanuit het riet heb horen grinniken.

(Op de laatste foto duikelt hij voorover omdat zijn poot bleef haken achter een rietstengel. Beetje onhandig zijn ze wel)