26. Loslaten

Het is een gouden regel bij excursies: Vertel nooit wat er niet is te ervaren. “Als u hier vorige maand was geweest, dan had u volop gezang van vogelen gehoord.” Ja lekker dan, we waren hier niet vorige maand dus eigenlijk zeg je dat het vandaag gewoon een prut-excursie is.

Ik zeg: u ziet bij dit blogje géén zwarte spechten.

Het is een gouden regel bij schrijven: Kill your darlings! Al die ideeën, zinnen, woorden die je geniaal vindt – weg ermee! Alles moet ten dienste staan van het verhaal, en overbodige ballast moet weg.

Ik had dus een geweldig idee voor dit blog. Het zou gaan over loslaten, en hoe belangrijk dat is.

Al zo’n twintig jaar mis ik het uitvliegen van spechten. Grote bonte spechten, groene spechten, zwarte spechten: ik volg ze op de voet en verheug me altijd op het moment van uitvliegen. Maar ja, dan komt het werk tussendoor en moet je ook andere nuttige dingen doen. Het dichtstbij was ik in 2012 met een groene specht die ik weken had gevolgd. ’s Ochtends zag ik de vader nog voeren, daarna moest ik even werken, en in de avond was het nest leeg. Oh, en een paar jaar later toen ik bij de zwarte spechten een leeg nest vond en opeens een jong achter me op de stam zag zitten, dat die ochtend dus was uitgevlogen.

Maar dit jaar dan! Héél stiekem hadden de zwarte spechten toch zitten broeden. Waar ze vorig jaar uitbundig roepend hun nieuwe gezin aankondigden, was het dit jaar opvallend stil. Hoewel ik bijna elke dag even kwam kijken heb ik zelfs getwijfeld óf er wel werd gebroed.

Tot deze ochtend. Zoals gebruikelijk zaten de twee jongen – jongetje en meisje – luid te krassen op de rand van het nest. Ongelooflijk, ik had het hele broeden en voeren en alles wekenlang gemist, en nu stonden ze al op het punt van uitvliegen! En het was meteen duidelijk dat het vandaag zou gebeuren.

Eindelijk, na twintig jaar, zou ik spechten zien uitvliegen. De zwarte nog wel. Zo vaak al heb ik de ouders in de buurt van het nest zien zitten roepen: ‘Kom dan, kom dan, je kunt naar buiten komen!” Meestal hadden de kinderen er nog geen zin in, en duurde het nog een paar dagen voordat het nest opeens leeg was. En nu! Op het punt van springen, en daar stond ik met mijn camera.

Ik nestelde mij tegen een boom en wachtte tot de ouders zouden komen roepen.

Toen zag ik ze. Vader en moeder zwarte specht, bij elkaar op een boom iets verderop. Rustig wachtend, kijkend naar mij. De jongen hingen uit het nest, en nu pas viel me op dat ze veel in de richting van hun ouders keken. En de ouders bleven wachten, stil.

Damn! Mijn aanwezigheid was een verstoring. In tegenstelling tot al die andere spechten in al die andere jaren zouden juist deze ouders geen geluid maken zolang ik in de buurt was. Ik stond op. Dan maar geen foto’s.

Waarom kost loslaten zoveel moeite? Waarom doe dat zo veel pijn? Het is nodig. Ouders moeten kinderen laten gaan. Kinderen moeten ouders laten gaan. Geliefden moeten elkaar laten gaan. Ik vind afscheid nemen verschrikkelijk, vooral van mensen. Maar onlangs heb ik iets ontdekt. Wat nou precies het meeste pijn doet. Dat is het afscheid nemen van alle dromen. Dromen van een toekomst samen, van de plannen die je had. Dromen in de vorm van herinneringen aan wat je samen hebt gedaan; herinneringen die een prachtige zonnige gloed krijgen. Het meest pijnlijke van afscheid nemen, is het afscheid nemen van je dromen.

Toen ik me dat realiseerde, werd het opeens veel makkelijker. Jammer dan van die spechten. Laat het maar een droom blijven om dat uitvliegen ooit te zien. Belangrijker is dat ze goed terecht komen. De volgende ochtend was het nest inderdaad leeg en hoorde ik de ouders in de omgeving roepen, bezig met hun nu vrije kinderen.

Na twintig jaar dus geen foto’s. Ook bij dit blogje géén foto’s van de zwarte spechten die uitvliegen, zelfs niet van de ouders en jongen als illustratie bij een tekst over ‘loslaten’. Die foto’s houd ik voor mijzelf, voor mijn droom. Want als ik zo bezig blijf met wat ik allemaal niet hebt, vergeet ik misschien te kijken. Zeg nou zelf, zo’n steenuil is toch ook een schatje?

Intermezzo: De winkel is open!

Zin om te shoppen? Dat kan! Ik ben enorm trots dat ik vandaag mijn eerste winkel kan openen. Op de nieuwe pagina Shop kunt u kiezen tussen kunstwerken met een bijzondere emotionele of artistieke waarde die in een beperkte oplage door mijzelf worden verkocht, of werk waarvan de verkoop wordt geregeld via Werk aan de Muur. In alle gevallen kiest u de uitvoering die het best bij u past: het formaat en ook het medium waarop wordt gedrukt (bijvoorbeeld papier, canvas, aluminium of perspex).

Alleen het beste

Alleen de allerbeste foto’s van de allerbeste kwaliteit krijgen een plekje in de winkel. Zodat u met een gerust hart de foto desnoods billboard – formaat kunt laten afdrukken. En mocht u niet vinden wat u zoekt of foto’s willen gebruiken voor andere doelen, aarzel dan niet om een berichtje te sturen.

Kijk gerust even rond in de Shop. Ik ben benieuwd wat u ervan vindt!

(de foto hierboven staat bij Werk aan de Muur, getiteld ‘Oude westen in nieuw Nederland’. Het lijkt een tafereel uit het oude westen, maar het is Nederland. Heckrunderen op de Hellegatsplaten)

19. En weer verder

Grillige takken als de verhalen van een betoverd bos en prachtig bloeiende anemonen lokken me verder, steeds verder.

Ondertussen staren mij van alle kanten ogen aan. De wereld is interpretatie, en wat is de interpretatie van al die ogen? De kleine bonte specht werkt aan een nieuw hol, kijkt even op en besluit dat ik ongevaarlijk ben. Hij hakt door.

De zwarte specht heeft geen boodschap aan mij. Hij zit op de eieren en vraagt zich alleen maar af wanneer zijn partner komt om hem af te lossen.

De grote bonte specht…

Ai…! Ik hoor een plof naast me, een vage kreet en zie een schim opvliegen. De grote bonte specht zat naast me op de grond, en heeft vermoedelijk al zijn aandacht bij mij gehad toen ik langsliep. Een fatale fout. Had hij geweten dat ik geen bedreiging voor hem was, dan had hij misschien het échte gevaar gezien dat van achter op hem neerdaalde. Deze interpretatie heeft hem zijn leven gekost. Op een tak doodt de sperwer het tegenstribbelende dier en vliegt er daarna mee weg.

Het ree dan! Een prachtige spitser, in de kracht van zijn leven. Op de heenweg loopt hij argeloos langs zonder mij te zien. Ruim een uur later hoor ik achter me iets ritselen. De zon is juist onder, en als ik me omdraai ziet hij me deze keer wel. Hij staat stil, zich afvragend hoe hij mij moet interpreteren. Dan besluit hij dat hij zijn hindes moet waarschuwen, die met de kinderen in het bos lopen. Luid blaffend snelt hij weg.

Als laatste komt de das. Ook een zwerver – van al deze dieren voel ik me het meest verwant met de das. Hij ziet niet zoveel, maar interpreteert zijn wereld door te ruiken. Het is een kalme avond voor hem. Hij gaat even naar de toilet en begint dan rustig aan zijn nachtelijke tocht.

Waar ik ook kijk, overal is zó veel te zien! Wat een onvoorstelbare rijkdom. Zo veel moois, zo veel wonderen! ‘Ontroering is jouw emotie,’ zei een vriendin. Ze heeft gelijk, ik ben een en al ontroering en dankbaar dat ik zo mag genieten van mijn interpretatie van de wereld.

17. Opruimen

Mijn jeugd was zwaar. Veel gedoe; ik voelde me niet gezien en heb daar veel moeite mee gehad. Het veranderde op een Kerstmis. “Deze Kerst ben ik alleen,” dacht ik. Dat gaf een enorm verdriet, en toen ben ik aan de slag gegaan om de dingen beter te maken. Er kwam hulp van veel lieve mensen. Nog steeds heb ik fijne mensen om me heen. Vrienden bij wie ik op bezoek ga en waarmee ik leuke dingen doe. Een dagje naar het strand, kopje koffie drinken en zo. Het leven is goed nu. Mijn dochter gaat uit huis, en ik verhuis naar haar kamer. Dus ben ik nu druk aan het opruimen, spullen wegdoen. Laatst kwam ik nog twee broeken tegen, dat was een leuke verrassing! 

16. Sensitief

“Mijn ouders hebben veel meegemaakt. Armoede en onderdrukking in een dictatuur. Alleen de rijken konden studeren na de basisschool. Mijn vader ging tot zijn veertiende naar het seminarie, maar besefte dat hij nooit priester zou worden en ging werken en daarnaast verder studeren. Hij werd ingenieur, mijn moeder werkte als ambtenaar in een mooie functie bij de gemeente. Zij besteedden al hun energie aan hun onderwijs en later aan het gezin. 

Zelf heb ik ook veel meegemaakt. In februari 2005 werd bij mij de diagnose MS gesteld. Twee heftige relapses dat jaar, maar ik heb niet opgegeven. Ik besliste om geen disease modifying therapie te starten, maar wel vitamine D en antioxidanten te gebruiken, hoewel de neuroloog daar sceptisch over was. Ik zie MS als een ‘vriendin’, altijd bij me zoals mijn hoop en mijn geloof. De MRI dit jaar toonde dat de ziekte stilstaat. Er zijn delen van mijn hersenen zonder zenuwcellen – zogenaamde zwarte gaten. Daarom ben ik veel moe, heb ik soms moeite met praten en kost het tijd om prikkels van buitenaf te verwerken. Maar ik blijf doorzetten en genieten van leven! Medelijden hoef ik niet, wel begrip.

Door al het leed in mijn omgeving ben ik sensitief geworden voor het leed van anderen. Zo kreeg ik opeens een sterke aandrang om mijn oom te spreken, een heel lieve man. Dat lukte niet, en twee weken later kreeg ik bericht dat hij was overleden.

Ik voel veel vijandigheid bij de mensen in Nederland, en dat begrijp ik niet. De jeugd is ontevreden en gaat dingen slopen. Waaróm? Waarom gebruik je die energie niet om iets positiefs en constructiefs te doen? Dan moet ik altijd denken aan mijn ouders, die zo hard hebben gewerkt om zoveel moois te maken.” 

15. De bomen en het bos

“Hoe gaat het?” vroeg een vriendin. “Goed,” zei ik, en was vervolgens vier uur lang aan het vertellen. Over de reis. Vertellen over reizen is leuk.

Vanochtend kwam de zon op door de bomen. Oranje hemel, mistige achtergrond. Ik zag de wirwar van takken en dacht: Dat lijken mijn verhalen wel! Jazeker, er zit structuur in. Maar de verhaallijntjes krioelen door elkaar. Lijntjes komen samen, en vormen een boom. Samen vormen de bomen een bos. Als je er licht op laat schijnen, zie je hoe complex alles in elkaar zit. En hoe mooi.

Bomen die het zicht belemmeren. Of toch niet? Opeens een verrassend doorkijkje.

Laat het licht schijnen. Fiets naar het onbekende. In het vertrouwen dat het fietspad wel zal doorgaan, en dat de mist niet opeens het einde van de wereld blijkt te zijn.

12. Hand in hand

“Ik neem wel eens foto’s van oudere mensen die hand in hand lopen. Het is zo mooi. Kwetsbaar en sterk tegelijk. De essentie van liefde is dat je je kwetsbaar durft op te stellen en dat je weet dat die ander er zorgvuldig mee zal omgaan. Er lopen veel stellen samen op straat, maar pas als ze hand in hand lopen, zie je dat het goed zit, dat ze zich open stellen voor elkaar. People are meant to be together.

Als kind droomde ik van later. Ik groeide op in een cultuur waarin films en verhalen voortdurend het romantische ideaal vertellen. Je wordt verliefd, je gaat trouwen, je krijg kinderen en je wordt samen oud. Ons huis was groot, met een enorme bovenverdieping. Ik zie me nog als klein meisje boven door de gang lopen. Dan gleed ik met mijn vinger langs de muur en fluisterde: “I want to be loved.” En dat is nog steeds zo. Emotioneel, spiritueel en fysiek.

Mijn ouders zijn gescheiden. Beiden zijn nu alleen, en dat voelt niet goed. Ik weet niet wat mijn eigen toekomst gaat brengen. Er is geen plan, ik beweeg met wat zich aandient. Maar samen oud worden, dat wil ik.”

3. Pad

Het is koud. Veel te koud voor de tijd van het jaar. Het zou lente moeten zijn maar de rijp ligt op het land, de adem maakt wolkjes.

Op 1 april was alles anders. Ach ja, dat is niet alleen op 1 april. Elke dag, elk moment is alles anders, want niets blijft hetzelfde. Tijd is niets anders dan verandering; de verplaatsing van de wijzers van de klok, het trillen van atomen in een Franse kelder. In elk fragmentje tijd, hoe klein ook, wordt alles anders. In elk atoom is een elektron ietsje opgeschoven, onder onze voeten is de Aarde ietsje opgeschoven in haar baan om de zon. Hoe piepklein het fragmentje tijd ook is, het volledige heelal is in dat piepkleine fragmentje tot in elke vezel veranderd, nieuw.

Maar het is koud en ik houd wel van een beetje drama, en dus zeg ik: op1 april was alles anders. Buiten is het koud. Binnen woedt een storm. Ik heb het paasei uitgebroed, en er komen verhalen uit en ook een pad. Ik ga dat pad volgen. Op reis. Geen idee waar het naartoe leidt. Verhalen komen in smaken die je niet verwacht, paden in richtingen die je niet verwacht. Ik hoop dat het naar de lente gaat. Ik heb een beeld van de lente, en dat is mooi. Iets met kersenbloesem en warm groen en zo. Veel lekkerder dan hier nu.

Ga je mee op reis? Volg mij, de Portrettenmaker, fotograaf uit Hollandsche Rading (tussen Hilversum, Utrecht, Amersfoort, Lage Vuursche)

Oranje geluk

Toeval. Serendipiteit. Karma. Het leven is één groot weefsel van gebeurtenissen die op je pad komen, deels omdat je zelf op pad gaat en deels omdat er gewoon van alles op je pad komt. Jazeker, natuurfotografie is een kwestie van plannen en tijd vrijmaken en duizend keer op pad gaan om die éne foto te maken. Maar het is ook gewoon toeval.

Het zou een heldere, koude avond worden en ik besloot spontaan nog even op pad te gaan naar een plek waar ik tien jaar geleden wel eens kwam, om te kijken of daar nog altijd reeën waren te zien. Niet eens om te fotograferen, meer om te verkennen of het zin had later nog eens terug te komen en dan op de juiste plek af te wachten.

Ja, de reeën lieten zich zien. Prachtig zelfs, en ik heb zowaar wat foto’s gemaakt. Maar teruglopend zag ik de laatste restjes zonlicht, en de Schotse hooglanders die terugkeerden naar de schaduwen. Een unieke kans, en oh nee, de zon was al bijna onder! Ik snelde naar de zon en kon me nog nét even achter hen plaatsen.

Plannen, geduld en veel uren buiten. En als er dat wat geluk bij komt, is alles goed.

Veel geluk gewenst door de Portrettenmaker, fotograaf uit Hollandsche Rading (tussen Hilversum, Utrecht, Amersfoort, Lage Vuursche)