Portret met bloemen

Af en toe komt iemand met een leuke vraag.
“Ik wil graag  zo’n portret met bloemen op mijn hoofd. Maar dan wel met mijn eigen gezicht, want ik wil geen vreemde in mijn huis.”

Et voilá. Een portret in de stijl van de oude meesters.

Ik ben benieuwd: Hoe zou jij jezelf terug willen zien?

Favoriete bosbewoner

Dit is vermoedelijk mijn favoriete bosbewoner: de boommarter. Echte, wilde natuur, zomaar in ons eigen Nederland. Het is alweer twee jaar geleden dat ik er voor het laatst een zag. Vorig jaar vond ik wel een bewoonde boom, maar nét te laat. Het gezin had de boom waarschijnlijk de week ervoor verlaten, te oordelen aan de latrine. Nu zit het moertje er nog. Vandaag tenminste – het zal niet de eerste keer zijn dat een gezinnetje van de ene op de andere dag verdwijnt…

Vandaag een groot deel van de dag gepost bij het nest, om te kijken hoe het staat met de gezinsuitbreiding. Het moertje kwam één maal buiten kijken, en hield het daarna voor gezien. Niet zo spectaculair, maar in het nest waren de jongen te horen. Ik gok dat ze over één of twee weken zo ver zullen zijn dat ze het nest verlaten. Het is te hopen dat iedereen dan de hond aan de lijn houdt.

Zo´n lange dag in het bos geeft altijd nieuwe ervaringen. Bijvoorbeeld de koolmezen en boomklevers, die geregeld langs komen om de latrine te inspecteren. Ik vermoed dat daar wel wat insecten te vinden zijn.

Ook leuk zijn de toevallige ontmoetingen met andere bosbewoners. Zoals deze rode eekhoorn, die even stil hield om te kijken. Verrek, zit daar nou een mens? Ja zeg, het is echt een mens! Nou ja, rustig doorlopen maar, en doen alsof ik hem niet heb gezien…

Dichtbij en ver weg

Soms vind je vlak bij huis de meest exotische locaties. Vorige week was ik in het Belgische Oostende, dat me verwende met een paar prachtige zonsondergangen. Met het on-Nederlandse licht leek het ver, heel ver weg. Dichtbij of ver weg, uiteindelijk zit het allebei in jezelf…

Koningsdag 2022

Eindelijk mochten we weer. Naar buiten en samen zijn. We moeten nog even wachten wat dit voor het aantal covid besmettingen heeft betekend – ik heb in de steden enorme mensenmassa’s gezien, maar iedereen liep in de buitenlucht en het contact in het voorbijgaan was veelal vluchtig. Onderstaand een foto-impressie van het begin van de Koningsnacht in Utrecht, en de dag zelf in het Vondelpark in Amsterdam.

Lachen met purperkoeten

Ooit was ik in Mallorca, waar ik erg graag de prachtige purperkoet op de foto wilde zetten. Dochter en vriendin hadden niet zo’n zin om mee te lopen en bleven liever in het cafeetje aan het begin van het lange, rechte pad door het moeras. Terwijl ik speurend verder liep hoorde ik ze opeens achter me schreeuwen. Ik draaide me om en gebaarde: “Wat is er?”

Weer riepen ze, en wezen mijn kant op. Ik begreep er niets van, en liep maar verder.

Later vertelden ze me gierend van de lach dat er een vlak achter mij rustig over het pad had gewandeld – die juist in de bosjes indook toen ik me omdraaide. En terwijl ik me omdraaide, rende een tweede achter mijn rug óók het pad over. Zij lagen dubbel – ik merkte niets.

Ik kreeg ze op de foto, maar ik had kunnen wachten tot deze winter. December 2021 werd de eerste purperkoet ooit in Nederland gezien, in Zevenhuizen. Meteen gevolgd door een tweede in Alblasserdam. Ik ben niet zo’n fanatieke twitcher die alle zeldzaamheden meteen afrent, dus ik heb ze lekker laten zitten.

Twee weken geleden was ik op die prachtige zondagochtend in Kinderdijk om de molens te fotograferen – die van de vorige blogpost. Iemand zag mijn telelens, en vroeg of ik nog zeldzame vogels had gezien. “Niet echt,” antwoordde ik. “De cetti’s zanger vind ik altijd wel leuk, want dat was vroeger een echte zeldzaamheid.” Een andere molen-fotograaf merkte op dat hij nog even zijn telelens ging halen voor de vogels. Ik ging rustig naar huis – een uur rijden – en kwam er pas dagen later achter dat die tweede purperkoet dus gewoon vierhonderd meter verderop langs hetzelfde fietspad had gezeten. Waar hij de hele winter had gezeten.

Nou ja, dat was toch wat te veel voor me. Het weekeinde daarna was de verwachting wederom stralend, en ben ik maar teruggekeerd. Nogmaals de molens bij zonsopkomst, en nu ook de purperkoet. Ik denk dat ik hem vanuit het riet heb horen grinniken.

(Op de laatste foto duikelt hij voorover omdat zijn poot bleef haken achter een rietstengel. Beetje onhandig zijn ze wel)

Terug naar de natuur

Het was hoog tijd om er weer eens op uit te gaan voor vogelfoto’s. De keuze viel op IJmuiden, dat in de zon opeens wel de Mediterrané leek. Steenlopertje kwam rustig langs slenteren alsof ook hij een vakantiegevoel had.
Vaste bewoners in de wintermaanden zijn ook de paarse strandlopers. Altijd blij als ik die weer zie. Ik vind het een vriendelijke vogel met mooi verenkleed – en niet onbelangrijk: hij laat zich makkelijk fotograferen!
Een zeehond, vlak bij de kust! Ik dacht dat hij lag te  dutten op de typische zeehondenmanier, rechtop met de neus boven water. Maar toen hij zich omdraaide was een enorme vleeswond op de rug te zien. Ik bespaar u de foto’s daarvan. Waarschijnlijk geraakt door de schroef van een boot. Mij restte slechts verdriet en machteloosheid…
Ook deze lag even verderop nieuwsgierig te kijken. Zou het de partner zijn geweest? Mijn verbeelding drong me allerlei trieste gedachten op. Ja ik weet, in de natuur is het ook niet allemaal koek en ei. Maar toch…

Gelukkig was er ook een zwerm drieteenstrandlopertjes. Die doen me altijd wat. Het lijken van die vrolijke beestjes, altijd druk aan het rennen en ondertussen ook bezig met elkaar.

Dus ik dacht: “Ik wacht even tot ze opvliegen.” Maar zij dachten: we gaan slapen. Dat schoot natuurlijk niet op.

Ook op de pier: de kuifaalscholver. Het kleine, ranke familielid van de gewone aalscholver. Vogels van rotsige kusten, en redelijk vaste bezoekers van de IJmuidense pier en de zuidelijke delta. In 2013 broedde een paartje voor het eerst in Nederland, bij Neeltje Jans.

Dit is een jong. Ik ben blij met de foto, vooral met het groen iridiserende zonlicht op de veren van de onderrug. Een volwassen mannetje met kuif aan het begin van het broedseizoen zou ook mooi zijn, maar dat zat er vandaag niet in. Er is altijd een reden om er opnieuw op uit te gaan.

Je zal maar een jonge zilvermeeuw zijn. Geen zeldzaamheid waarvoor mensen van heinde en verre komen om te zien. Geen mooie kleuren. Geen olijke snoet. Geen gezellig rennen, geen hippelhuppel sprongetjes, geen zonnige zang. Zelfs niet het frisse wit en warme grijs van de volwassen vogels. Alleen maar die chagrijnige, argwanende kop.
 
Toch vind ik het een prachtvogel.
KBV’tjes worden ze wel genoemd: Kleine Bruine Vogeltjes. Van die zangvogeltjes die zich schuilhouden tussen het struikgewas en daarom niet goed te determineren zijn. Dit was een KGV’tje: een Klein Groengeel Vogeltje. Er zat een kleine familie die alleen hoge contactroepjes piepten. Vanwege de kleur dacht ik aan een fitis; wel gek hier op de kale pier want fitissen zijn van bos en park. Thuis nog maar eens goed gekeken en verdraaid, hij had zwarte pootjes. Dus geen fitis maar een tjiftjaf. Net zo gek, want die zitten normaliter óók in het struikgewas. En om het extra moeilijk te maken: tjiftjafs zijn gewoonlijk weer niet zo groengeel. KGV’tje blijft het dus maar, totdat hij een keer gaat zingen.

Kleine wereld

“Iedere zonsondergang is ook een zonsopkomt. Het hangt er maar van af waar je staat,” schreef ze.

…..
Niets aan toe te voegen.

50. Lichtheid

Als je het eenmaal ziet, kun je het nooit meer niet zien. Jij maakt jouw verhalen, uit jouw verleden, jouw toekomst en jouw wereldbeeld. Veel van die verhalen ontstaan spontaan uit emoties of langsvliegende gedachten. Ga maar na: Wat komt er in je op bij het woord: ‘wijn’?

Misschien denk je aan dineren of uitgaan. ‘Lekker!’ of ‘Jakkes!’, al naar gelang je wel of niet van wijn houdt. De laatste vakantie, een alcoholverslaving, die vlek in je jurk of ‘Oh da’s waar, ik moet nog even wat wijn kopen voor dit weekeinde’. Iedereen heeft eigen ervaringen, emoties en gedachten bij het woord ‘wijn’.

Emoties en gedachten worden in je brein razendsnel omgevormd tot verhalen. Dat heb je geleerd als baby en als kind, en daar ben je een meester in geworden. In spirituele stromingen wordt wel gesproken over de ‘vergissing’: we denken dat wat we denken ook werkelijk wáár is. Of dat wat we zien, ook werkelijk waar is. In ‘Vier vragen die je leven veranderen’ heeft Byron Katie daar een leuke aanpak voor bedacht. Iedereen die haar een kwestie voorlegt over iets dat hen beknelt of dwars zit, stelt ze vier vragen. De eerste: “Is wat je denkt echt waar?” De meeste mensen zijn in het begin stellig overtuigd van hun waarheid en verdedigen die vol vuur. Dan komt de tweede vraag: “Kun je er absoluut 100% zeker van zijn dat wat je denkt, waar is?” Dan begint de twijfel toe te slaan. Komen er nuances en meningen: “Ja maar als dit en dat of zus en zo, dan vind je toch ook wel dat ik gelijk heb?”

Daarna komt de derde vraag: “Wie zou je zijn zonder die gedachte?” Iedereen reageert hetzelfde: Zonder die beklemmende gedachte zou ik vrij zijn! Zorgeloos, licht! En dan komt de afmaker: “Wat houdt je tegen om die beklemmende gedachte los te laten?”

Jijzelf. Jouw gedachten, jouw verhalen, jouw meningen. Jij kiest of je ze wilt geloven of niet.

49. Vertel!

Fijn is dat.
Daar sta je met je ‘alles is een verhaal´. De wereld die je dacht te kennen is grotendeels fantasie. Je zelfbeeld is verzonnen. Het verleden is voorbij. De toekomst bestaat nog niet.

Als alles een verhaal is, waar is dan je houvast? Waar kun je de volgende stap zetten?

Model: Jo-Ann Horst