Jonge ijsvogel vliegt uit

Nu ik de laatste tijd toch van alles door elkaar laat zien, pak ik ook maar dit oudje erbij.

Ik heb mooiere foto’s van ijsvogels, maar deze is me bijzonder dierbaar. Het is eigenlijke geen foto: het is een filmframe uit de tijd dat ik veel bezig was met video. Een paar weken heb ik zo veel mogelijk bij een ijsvogelnest gezeten, hopend op beelden van jonge ijsvogels die het nest uitvliegen. En dat is gelukt! Het nest zat in de over van een slootje in een stadspark, op een plek waar niemand dat zou vermoeden. Met een enorm camouflagenet over me heen zat ik op een grasveldje, onzichtbaar voor de wandelaars die op een paar meter afstand langs liepen.

De dagen ervoor was te merken dat de ouders het tijd vonden om de jongen naar buiten te lokken. Ze bleven langere tijd weg en er werd minder voer gebracht. Daarom zat ik deze ochtend al ver voor zonsopkomst klaar. Bij het eerste licht begonnen vader en moeder een kabaal te maken, en vlogen ze de nestgang in en uit. En verdraaid, daar kwamen zomaar vijf jongen tevoorschijn, onhandig vliegend naar het eerste houvast dat ze zagen.

Moet je je indenken. Je hele leven heb je met broertjes en zusjes in een hol geleefd, en niets anders gezien dan zandmuren. En dan opeens moet je door een gang naar buiten, naar het licht. Je hebt nog nooit je vleugels uitgeslagen, maar hup, je spring en fladdert over het water, naar de struiken.

Dit kleintje landde pal voor me, en keek voor het eerst de wereld in. Dat maakt het voor mij één van de meest dierbare beelden. Het piepkleine filmframepje is enorm opgeblazen om een foto te worden, en door het weinige licht – de zon was nog onder de horizon – ontstaat een effect alsof het een schilderij is. Er zijn inderdaad mooiere foto’s van ijsvogels, maar deze is voor mij onbetaalbaar

Ooievaars op de eieren

Op 10 minuten fietsen van mijn huis bevindt zich een prachtige kolonie ooievaars. Ze zijn alweer druk aan het broeden.

Ik vermoed dat het exemplaar met de bruine veren een eerstejaars is. De snavel is al fel rood in plaats van zwart, maar het verendek is nou niet echt stralend wit te noemen, en hij heeft duidelijk één van de slechtste plekken van de kolonie gekregen: het dichtst de weg, het laagst op de stam. Het arme dier wordt voortdurend bekeken door fotografen zoals ik, en auto’s die even stoppen. Gelukkig lijkt hij gewend aan drukte, want hij bleef onverstoorbaar soezelen (het resultaat: vele, vele foto’s met gesloten ogen).

En wat klinkt dat klepperen toch mooi!

Grote schoonmaak bij de zwarte spechten

Even geen portretten nu, maar lentenieuws. Deze week is het grote schoonmaak bij de zwarte spechten. Oude en nieuwe nesten – vaak in oude beuken – worden geïnspecteerd en opgeruimd. Het nest boven is al jarenlang in gebruik. Heel bijzonder, want het is een behoorlijk drukke plek in de omgeving van Amersfoort. Ik hoop maar dat het vrouwtje, dat hier wacht op een geschikt moment om weg te vliegen, zich niet te veel stoort aan de mountainbike route die opeens pal onder haar boom ligt. Jammer dat het pad niet 20 meter verder is aangelegd. Eeuwig zonde als het gezin na jaren nu opeens verhuist.

Het nest onder is op een plek waar ik al enkele jaren speur naar een paartje, in mijn woonplaats Hollandsche Rading (tussen Utrecht en Hilversum). En jawel, het mannetje lijkt dit wel een mooie locatie te vinden. Een stuk rustiger hier, en daarom zijn de vogels ook veel minder gewend aan wandelaars.

Ik laat ze lekker met rust. Over een week of drie, als de bladeren aan de bomen komen, dan is het een mooi moment om weer een kijkje te nemen. Dan vliegen de ouders af en aan met voer voor hun jongen – tenminste, áls ze voor deze plekken hebben gekozen.