Terug naar de Ebro-delta

Natuurlijk moest ik tijdens het bezoek aan de Spaanse middellandse zeekust ook even een kijkje nemen in de Ebro-delta. Ongeveer 15 jaar geleden ben ik daar ook eens geweest, en het was nog precies hetzelfde: bloedheet, vlak en de rijstvelden vol vogels. Deze keer had ik aanzienlijk meer geluk dan de vorige keer, want pal naast de weg streek een zwerm flamingo’s neer. En verdraaid, even later ook een woudaapje en een graszanger. Evenals de vorige keer waren de steltkluten, zwarte ibissen, purperreiger en witwangsterns van de partij, en vele andere soorten.


Flamingo (Phoenicopterus roseus)
Purperreiger (Ardea purpurea)
Woudaap (Botaurus minutus)
Juveniele witwangstern (Chlidonias hybrida)
Graszanger (Cisticola juncidis)
Zwervende heidelibel (Sympetrum fonscolombii) – pixaví nervat
Kleine monarchvlinder (Danaus chrysippus)
Steltkluut (Himantopus himantopus)
Zwarte Ibis (Plegadis falcinellus)

Naar het land van de Masai

Het is onvoorstelbaar, de enorme hoeveelheid dieren die op deze laatste dag op de Serengeti. Vooral de groene rivieren trekken wild aan. De olifanten, gazellen, krokodillen, gnoes en ander grut laat ik nu maar even voor wat ze waren. Een bloemlezing van de rest


En dan toch weer leeuwen! Van veraf op te sporen door kring auto’s er omheen. De achterkant van de mooie plaatjes – ook dat hoort er hier bij

Daarna het drogere landschap in, het klein wild steeds schaarser en uiteindelijk naar een lege vlakte waar ook de grote zoogdieren verdwijnen. De droge tijd komt, het gras is aan het verdorren, alles trekt weg


Een eindeloze woestijn. Gestopt bij een bijzondere rivierbedding. In deze bedding zijn de sporen gevonden van één van de allereerste hominiden, een Australopithecus vergelijkbaar met Lucy uit Ethiopië. Onbeschrijflijk om je voet neer te zetten op een plek waar zij miljoenen jaren geleden hebben gelopen…


In deze hitte begint het land van de Masai, de veehouders. Die trots hun eigen cultuur en land hebben behouden, tegen alle verdrukking in. En dan aan het eind van de dag: de Ngogongoro-krater, waar we nu alleen even een blik in wierpen om later uitgebreid te bezoeken

Grijze tok (Lophoceros nasutus)
Hildebrandts glansspreeuw (Lamprotornis hildebrandti)
Treurdrongo (Dicrurus adsimilis)
Maskertoerako (Corythaixoides personatus)
Ruppell’s witkruinklauwier (Eurocephalus ruepelli)
Blauwe langstaartglansspreeuw (Lamprotornis purpuroptera)
Witkopbuffelwever (Dinemellia dinemelli)
Witbuikkanarie (Crithagra dorsostriata)
Zwartkopreiger (Ardea melanocephala)
Smidsplevier (Vanellus armatus)
Zadeljakhals (Canis mesomelas)
Lelkievit (Vanellus senegallus)
Driebandplevier (Thinornis ofwel Charadrius tricollaris)
Roodsnavelossenpikker (Buphagus erythrorhynchus)
Gevlekte hyena (Crocuta crocuta)
Oorgier (Torgas tracheliotos)
Koritrap (Ardeotis kori)
Scharlaken wever (Anaplectes rubriceps)
Mwanza-agame (Agame mwanzae)
Roodstaartwever (Histurgops ruficauda)
Dwergmaskerwever (Ploceus luteolus)
Augurbuizerd (Bueto augur)

Ballonvaart over de Serengeti


Bij zonsopkomst opstijgen, en dan rustig zwevend van boven het leven bekijken. Wat een rijkdom om dit te mogen zien! Zebra’s, giraffen, zebramangoesten (Mungos mungo), Thomsongazelles, topi’s (Damaliscus lutanus), gnoe’s, koritrap (Ardeotus kori), secretarisvogel (Sagittarius serpentarius).


Als je heel, héél goed kijkt, dan zie je in een eenzaam boompje op luchtfoto hier linksboven nog een vorkstaartscharrelaar – ik heb hem rechts even uitvergroot. En ik ben blij met de Meyer’s papegaai (Poicephalus meyeri) hieronder, want die heb ik alleen zo vanuit de lucht gezien!

Terug naar de Serengeti

Weer even weg van China terug naar Afrika, terug naar Tanzania. We zijn net aangekomen bij de Serengeti, en het is alles wat je kent uit de documentaires. Wat een landschap, wat een natuur! Heet, droog, eindeloos en vol dieren. We rijden vlak langs het onderzoeksstation van Grzimek.

Olifanten, zebra’s, gnoes, leeuwen, nijlpaarden, nijlkrokodil, civetkat (alweer!), struisvogel, Thomsongazelle en dikdik ook de blauwkopastrild (Blue-capped cordon-bleu, Uraeginthus cyanocephalus), Senegaltrap (White-bellied bustard, Eupodotis senegalensis canicollis), zuidelijke schubkopwever (Speckle-fronted weaver, Sporopipes frontalis) en zo vele, vele andere…

Naar de Serengeti: night drive

Terug naar Tanzania. We zijn inmiddels beland aan de grens van de Serengeti (bij een toiletstop onderweg nog een prachtige agame!) In het beschermde National Park gelden strenge regels. Maar nu zijn we er nog buiten, in de mensenwereld. Een mooie plek voor een nachttocht. Aangezien de dieren zich weinig aantrekken van de grens van zo’n park, kom je ze ook gewoon daarbuiten tegen. Ze lopen ook gewoon rond in de compound waar je verblijft, wat onder meer bleek uit de verse buffelpoep elke ochtend. Daarom is het strikt verboden om ’s nachts zonder bewaking je tent uit te gaan (vorig jaar is er nog een Duitse toerist, die even naar de toilet liep, door een leeuw gedood). Zonder uitrusting voor nachtfotografie is het een beetje behelpen: de groepen zebra’s en impala’s en de hyena’s laat ik even voor wat ze waren, maar de kameleon, de agame, de civetkat, de eerste olifant die een beetje dichtbij kwam en de leeuwen waren een mooie oogst (let op de wonden van het tweede mannetje: hij liep ook mank, dus ik denk dat hij te grazen is genomen door één van de dames).

Macro 2: Sleedoorn

Ook de sleedoorns zijn op de macrofoto gezet. Want ja, het is lente en overal siert de bloesem de bermen. Ik moet bekennen dat ik die sleedoorns en meidoorns al jaren probeer te vangen, met wisselend succes. En eindelijk heb ik dan dit jaar een serie waar ik echt blij mee ben.

Ook hier kleurverschillen door het zoeken naar verschillende achtergronden en ook recht tegen de zon in fotograferen

Macro sterretjesmos

Ik ben een enorme fan van onscherpte en kleur – het geeft een zacht feeërieke sfeer. Dus toen macrofotografie het onderwerp werd bij de Hilversumse fotoclub FCPerspectief, ben ik enthousiast twee middagen op pad gegaan. En ik gaf mijzelf een extra hindernis mee: ik wilde per sé een in-camera foto maken vrijwel zonder nabewerking; zelfs geen uitsnede stond ik mezelf toe. Want ik vermoedde dat ik een beetje een luie fotograaf aan het worden was dankzij alle mogelijkheden van Photoshop (AI houd ik voorlopig ver buiten de deur).

De oogst was enorm en tjonge, wat is het dan moeilijk om te kiezen welke foto wordt uitgeprint voor de (zeer gemoedelijke, vriendschappelijke) competitie. Ik koos het sterretjesmos, maar niet een foto waar de rode sporenkapseltjes goed zichtbaar waren – dat zie je zo vaak. Het werd juist de foto waar in eerste instantie onduidelijk is waarnaar je nou zit te kijken, met de sporenkapsels reflecterend in een dauwdruppel. Deze foto haalde de derde plek, waar ik dan weer heel blij mee ben.

De kleurverschillen hebben te maken met het zonlicht, dat soms recht en soms schuin inviel en dan weer door wolken werd tegengehouden. Mooi voor aan de muur!

Jonge ijsvogel vliegt uit

Nu ik de laatste tijd toch van alles door elkaar laat zien, pak ik ook maar dit oudje erbij.

Ik heb mooiere foto’s van ijsvogels, maar deze is me bijzonder dierbaar. Het is eigenlijke geen foto: het is een filmframe uit de tijd dat ik veel bezig was met video. Een paar weken heb ik zo veel mogelijk bij een ijsvogelnest gezeten, hopend op beelden van jonge ijsvogels die het nest uitvliegen. En dat is gelukt! Het nest zat in de over van een slootje in een stadspark, op een plek waar niemand dat zou vermoeden. Met een enorm camouflagenet over me heen zat ik op een grasveldje, onzichtbaar voor de wandelaars die op een paar meter afstand langs liepen.

De dagen ervoor was te merken dat de ouders het tijd vonden om de jongen naar buiten te lokken. Ze bleven langere tijd weg en er werd minder voer gebracht. Daarom zat ik deze ochtend al ver voor zonsopkomst klaar. Bij het eerste licht begonnen vader en moeder een kabaal te maken, en vlogen ze de nestgang in en uit. En verdraaid, daar kwamen zomaar vijf jongen tevoorschijn, onhandig vliegend naar het eerste houvast dat ze zagen.

Moet je je indenken. Je hele leven heb je met broertjes en zusjes in een hol geleefd, en niets anders gezien dan zandmuren. En dan opeens moet je door een gang naar buiten, naar het licht. Je hebt nog nooit je vleugels uitgeslagen, maar hup, je spring en fladdert over het water, naar de struiken.

Dit kleintje landde pal voor me, en keek voor het eerst de wereld in. Dat maakt het voor mij één van de meest dierbare beelden. Het piepkleine filmframepje is enorm opgeblazen om een foto te worden, en door het weinige licht – de zon was nog onder de horizon – ontstaat een effect alsof het een schilderij is. Er zijn inderdaad mooiere foto’s van ijsvogels, maar deze is voor mij onbetaalbaar