Herfstdromen

Is dit echt? Het hangt er maar van af wat je ‘echt’ noemt. De paddenstoelen zelf geven geen licht, in tegenstelling tot de haringen van laatst. Die haringen gaven wél echt licht; de enige ‘truc’ was een zeer, zéér lange belichtingstijd om dat kleine beetje licht ook op de foto zichtbaar te maken. Deze paddenstoelen niet, die zijn gewoon beschenen met een zaklantaarn. Dus de paddenstoelen zijn echt, het licht is echt, de voor-  en achtergrond is echt en na een flinke bewerking van dat alles in Photoshop is wat je ziet ook een echte afbeelding. Maar waar het me om gaat, zijn de dromen die zo’n beeld oproept. Gedachten over kaboutertjes die het licht hebben aangezet, over een bos vol sprookjes en mysterie.

Zo ook de herfstbladeren. Ik had een beetje genoeg van alle gekleurde blaadjes en paddenstoelen, en vroeg me af hoe ik iets kon maken dat alleen maar de sfeer weergaf van al die kleuren. Een heel oude truc: gewoon rond zonsondergang op pad gaan, als de kleuren blauwer en intenser worden, en dan een heel lange sluitertijd gebruiken.

Voor mij is dit de herfst van 2021. Vol dromen, vol mysterie. En vol met nieuwe plannen.

Luminescentie

Het lege haringbakje had ik apart gezet, naast de plastic-emmer om te voorkomen dat alles daarin zou gaan stinken. Pas dagen later kwam ik er aan toe om het weg te gooien. Het was al donker, en bij de afvalbak zag ik iets geks. Er kwam een mysterieuze blauwe gloed uit de haringresten!

Een snelle zoektocht op internet gaf antwoord. Jazeker, haring kan licht geven. Net als sommige garnalen en inktvissen. Het zijn de bacteriën die er in en op leven, verschillende soorten zelfs. Achteraf wel logisch – ik wist van lichtgevende diepzeevissen. Ook van schimmels, paddenstoelen, algen, vuurvliegjes, glimwormen… maar haring? Heel vaag meende ik me iets te herinneren van een natuurdocumentaire, lang geleden.

De volgende dag kocht ik drie bakjes van verschillende merken haring in de supermarkt. Eén haring legde ik buiten de koelkast met geopende verpakking, zoals enkele dagen eerder. De tweede legde ik daarnaast, maar in gesloten verpakking. Het derde bakje bleef in de koelkast, ook gesloten.

De avond daarna al waren er in het geopende bakje héél kleine lichtgevende puntjes te zien. De gesloten bakjes bleven donker. De tweede avond gaf het open bakje al meer licht. Op de derde avond heb ik de andere bakjes ook maar geopend. Zuurstof bleek essentieel: zodra ik het cellofaan van het bakje buiten de koelkast verwijderde, begonnen ook daar kleine puntjes te gloeien. De koelkast-haringen ijlden een dagje na. Uiteindelijk gaven alle haringen licht, en heb ik er drie op een bord gelegd voor de foto.

Om het gloeien netjes op de foto te krijgen heb ik bij een klein diafragma (f-16) een hoge ISO-waarde (3200) gebruikt en een lange sluitertijd (4-10 minuten). In werkelijkheid is de gloed veel minder sterk dan op de foto – het moet goed donker zijn, maar als je het eenmaal ziet is het ook zeer duidelijk.

Geen Photoshop -trucs deze keer. Gewone foto’s van lichtgevende haringen. De enige vraag die ik nu nog heb, is of mijn buik van binnen nu ook licht geeft…

De Kunst van het genieten van het Leven

De heide. Het hoogtepunt is medio september al voorbij, maar vandaag wilde ik nog even genieten. Lekker in het nazomer-zonnetje. Nog flink wat paarse pollen. Overal zoemende insecten. Even niets meer willen, alle gedachten loslaten – zelfs die wond – en alleen kijken, horen, ruiken en voelen.

“Jij maakt je leven tot een kunstwerk,” zei iemand onlangs. Misschien heeft ze gelijk. Genieten van het Leven is misschien wel een Kunst.

Non-dualiteit: Spelen met werkelijkheid

De  vorige post had vliegende stenen. Photoshop natuurlijk. Je hoort wel eens mensen beweren: als je maar genoeg mediteert en jezelf spiritueel ver genoeg ontwikkelt, dan kun je bergen verzetten. Dan kun je met je geest de werkelijkheid manipuleren en stenen laten vliegen. Zoals Neo in de film the Matrix. Helaas, dat is een denkfout. Inderdaad is er geen onderscheid tussen de werkelijkheid die je buiten jezelf waarneemt, en de gedachten en verzinsels van je geest zelf. Non-dualiteit wordt dat genoemd: de werkelijkheid die je waarneemt, neem je waar met je geest. Wat je waarneemt is een bewerking, een soort Photoshop van je eigen geest. Jij maakt die werkelijkheid. Jij en de (waargenomen) werkelijkheid zijn daarom een; er is geen verschil tussen jou en de werkelijkheid buiten je. De denkfout is dat je daarmee ook de werkelijkheid buiten jezelf vormgeeft. Helaas: het gaat alleen om jouw waarneming van die werkelijkheid. Je kunt best in jouw waarneming stenen laten vliegen. Dat noemen we dan hallucineren, of fantaseren. Maar in het echt, dus buiten jouw eigen waarneming, stenen laten vliegen, dat vergt toch wel wat meer dan wat spirituele inspanning.

Stel jezelf voor op een bergtop. Bijvoorbeeld de 2.810 meter hoge Croda del Becco, vlak langs de Alta Via 1 in de Dolomieten. Natuurlijk, als je daar op zo’n bergtop zit, is alles wat je ervaart ook je eigen waarneming  – het uitzicht, de warmte van de zon, de luchtvochtigheid, de wind op je huid, de geluiden die daarboven zo anders kinken, de geur van gesteente, het kloppen van je hart na de klim, het hijgen in de ijle lucht, de voldoening dat je dit hebt bereikt, de vreugde dat je dit mag meemaken, het plezier om dit te delen met vrienden, de gedachten aan andere mensen die hier niet zijn – alles, werkelijk alles bestaat alleen maar in jou! En toch: als je er zit merk je dat de fysieke voldoening van in het echie op zo’n bergtop zitten voorwaar iets anders is dan de tovertrucs die je geest je voorschotelt.

48. Het is maar een verhaal…

“Bestaat de achterkant van de maan?” vroeg ik me eerder af. En ik zou daar later nog op terugkomen. Nu lijkt me wel een mooi moment, want ik heb afgelopen nacht tot 3 uur ‘s nachts op de Veluwe gestaan en gelegen om de Perseïden te zien. De stofwolk die is achtergelaten door komeet Swift-Tuttle, en die elk jaar een prachtig spektakel aan de hemel oplevert. Natuurlijk komen de mooiste en de helderste meteoren precies aan de hemel op de plek waar je camera dat moment niet op staat gericht, maar dat is niet erg. Ik heb tientallen wensen kunnen doen en ook nog wat wensen voor iemand anders meegestuurd, dus ik ben meer dan tevreden met de kleine streepjes op het beeld. Als bonus vond ik op de foto’s bij toeval ook nog de Andromeda nevel, het nabije sterrenstelsel en het enige object buiten ons eigen zonnestelsel dat gewoon met het blote oog is war te nemen. Ik ga daar binnenkort nog eens wat grondiger naar kijken, maar eerst dus die achterkant van de maan.

Nog even alles op een rij. Ik had dus dat paasei vol verhalen en vroeg me af: Zal ik het doen of niet, deze virtuele reis ondernemen? Ik ben op pad gegaan, niet wetend wat ik zou tegenkomen. Talloze mensen heb ik gesproken, met allemaal hun eigen persoonlijke verhalen over dromen, verwachtingen en worstelingen. Ik bereikte de bodem, waar in de diepste diepte nieuw leven bleek te ontstaan en een nieuwe dag aanbrak. Ik leerde over het loslaten van het oude. En vroeg me af of iets wat nooit zou worden waargenomen wel echt zou bestaan. Andersom, iets wat wel wordt waargenomen, bestaat onvermijdelijk uit verhalen, wat mij de koning van de wereld maakte. Ik rustte uit in Chateau Valogne, waar een geest uit het verleden doolde. En op de terugweg zag ik hoe elk monster dat mij ooit angst had aangejaagd of ooit nog zou proberen angst aan te jagen, niets anders was dan ikzelf.

Dit is de essentie. Alles bestaat uit verhalen. Wijzelf, onze wereld, alles wat we kennen en alles wat we denken: het zijn verhalen. Ga maar na: U weet dat de achterkant van de maan bestaat, dat de Perseïden bestaan, dat de Andromeda nevel bestaat. Of dichterbij: u weet dat de Himalaya bestaat of het SARS-CoV-2 virus… nou nee, laten we die nou niet nemen. Een ander: het influenzavirus dat griep veroorzaakt.

Hoe weet u dat al die dingen bestaan? De Himalaya: Heeft u die met eigen ogen gezien? En de achterkant van de maan? Dat virus? Hoe weet u dat Buenos Aires bestaat,  dat er dinosauriërs hebben rondgelopen en dat Nelson Mandela bestond? Oh ja, da’s waar ook; ik heb Nelson gezien in Amsterdam. Maar dan nog: er blijven enorm veel dingen over waarvan ik weet dat ze bestaan louter en alleen omdat ik er foto’s van heb gezien, verhalen over heb gehoord, boeken over heb gelezen. Eigenlijk bestaat het grootste deel van wat ik denk te weten over de wereld, het universum, over mijzelf en over de Perseïden, alleen maar uit verhalen in mijn gedachten.

“Hoe weet ik zeker dat iets wat ik nog nooit heb kunnen ervaren echt bestaat?” vroeg ik me bij de maan af. Het wordt nog veel leuker. Want als alles alleen maar bestaat uit verhalen, hoe weet je dan überhaupt of er iets echt kan bestaan?

46. Rust

Chateau Valogne was een verademing. In meerdere opzichten een tussenstop op deze zwerftocht. Ik genoot van de heuvels van de Morvant en de vele planten en dieren die er waren te zien. IJsvogels scheerden over de rivier, grauwe klauwieren postten op de telefoondraden, zwarte roodstaarten hadden hun nest boven één van de houten karren, knautia’s bloeiden, kleine parelmoervlinders fladderden rond en waterjuffers – ik denk azuurjuffers, maar kon de fel oranje stigmata niet plaatsen – waren volop bezig met hun paringsrituelen. En de rode rozen… met de kennis van nu beschouw ik die als een aankondiging van wat later zou komen.

Het kasteel deed iets met mij. En het gooide er nog wat bovenop dankzij het boek dat mijn dochter mij cadeau had gedaan: The 7 1/2 deaths of Evelyn Hardcastle van Stuart Turton. Een bijzonder verhaal, waarbij de hoofdpersoon in een (Engels) landhuis met allerlei kamers en gasten een moord moet oplossen. En daarbij op een of andere manier dezelfde dag beleeft in verschillende lichamen, met de bijbehorende verschillende karaktereigenschappen. Ondertussen zat ik in een groep mensen met allemaal hun eigen karakter en geschiedenis, die naar dit kasteel in Sommant waren gekomen voor meditatie en begeleiding op hun spirituele pad door Jan Geurtz – met als uitgangspunt dat het ego, en dus je karakter, ook maar een verzinsel is. In dit kasteel met al zijn gangen en kamers en mensen, was er bij het wegleggen van het boek altijd even wat verwarring als mijn geest het verhaal uit het boek verving door het verhaal van de werkelijkheid. Oh ja, er was een boek met een Engels kasteel vol mensen en een hoofpersoon die iets moest oplossen, en er was een verblijf in een Frans chateau ook vol mensen en een hoofdpersoon die iets wilde vinden.

En wat dan met die geest uit het verleden? Tijdens al dat speurwerk zag ik opeens parallellen tussen de middelbare schooltijd en de groepsprocessen die zich daar afspeelden, en de groepsprocessen hier. De gevoelens van nu leken sprekend op die van vroeger. En dus liet ik me maar meestromen met wat zich aandiende.

Wat ik zeg: het was een verademing.

45. Chateau Valogne

En zo bereikte ik op mijn zwerftocht Chateau Valogne in de Morvan, Frankrijk. Het kasteel was gelegen juist even buiten het dorp Sommant aan de voet van groene heuvels langs een kleine rivier.

Zodra ik ommuurde tuin binnenkwam, wikkelde het verleden zich als een warme deken om me heen. Hier zat ik voor een week meditatie en les over Dzogchen door Jan Geurtz. Retraite, vakantie, bijkomen van het zwerven en nieuwe energie opdoen voor het vervolg.

En natuurlijk de balans opmaken: wat had deze zwerftocht tot dusverre gebracht? Ik had mensen ontmoet en hun portretten gemaakt. Als je er in gelooft, zouden het zomaar engelen kunnen zijn als begeleiders op de tocht. Ik had gevoel teruggevonden, gevoel dat lang opgesloten had gezeten en nu weer uitbundig rondfladderde in de nieuw verworven vrijheid. Ik had de wereld doorzien voor wat zij was: niet meer dan een fantasie, een verhaal. Ik had geleerd om mijn pijn te omarmen en lief te hebben.

En juist op het moment dat ik dacht dat ik wel zo’n beetje klaar was, bleek dat er geen kasteel bestaat zonder spoken. In een duistere ruimte trof ik een geest uit het verleden.

Mijzelf.

40. Zelfbeeld

Twee kleine stukjes in Psychologie Magazine. Het ene stukje zei: Twee weken lang jezelf zijn op social media verbetert je stemming en welzijn. Dat riep meteen de vraag op: Wanneer ben ik dan mijzelf? Kan ik ooit niet mezelf zijn? In het tweede artikeltje las ik dat er zoiets bestond als ‘narratieve psychologie’, een stroming in de psychologie die ervan uitgaat dat het verhaal dat we onszelf vertellen voor een belangrijk deel bepaalt hoe we ons leven ervaren. Zie je wel! Jezelf zijn is dus afhankelijk van het verhaal dat je over jezelf vertelt.

Mijn wereld hangt aan elkaar van verhalen. Verhalen die ik mezelf vertel, verhalen die ik een ander vertel en verhalen die ik hoor van anderen. De achterkant van de maan ken ik bijvoorbeeld alleen maar uit verhalen, niet uit eigen ervaring. De boommarter heb ik niet gezien, maar de sporen in het bos vertellen me dat ze in de holle boom haar jongen heeft grootgebracht.

Eén van mijn favoriete verhalen: dat ik een eenzame buitenzwerver ben. In mei hoorde ik twee haviken paren – ik had het nog nooit gehoord maar wist meteen dat het een paring moest zijn. Twee schimmen vlogen weg door de bomen. Ik ben de volgende dag gaan zoeken en vond hun nest, toen nog leeg. Sindsdien loop ik in de lunchpauze geregeld langs het nest. De ouders zijn schuw, laten zich wel horen maar vrijwel nooit zien. Er zijn eieren gekomen en de jongen hebben inmiddels de leeftijd bereikt dat ze nieuwsgierig de wereld in kijken. Volgende week zullen ze hun eerste stappen buiten het nest doen.

Ik weet het, nestfotografie is ‘not done’. Maar ja, ik kom er bijna elke dag langs op mijn lunchwandeling. Het enige wat ik hoef te doen is de camera even oprichten. Moeder is altijd in de buurt, ik hoor haar vaak en één maal is ze even komen kijken, laag over mij heen scherend.

Nestfotografie geeft verstoring. Maar wat dan met dat nest van die houtduiven? Die suffe dieren zoeken de verstoring zelf op, hebben het in hun kleine koppie gehaald om pal achter mijn keukendeur te gaan nestelen. Als ik de deur stevig open doe, krijgt moeder in haar nest een optater. Ik heb me maar aangeleerd om héél voorzichtig en rustig pratend de keukendeur op een kier te zetten en naar buiten te glippen. Het verhaal dat ik mijzelf daar vertel is dat de dieren mij wel aardig vinden, anders zouden ze zo’n plek toch niet uitzoeken. Op de foto lijkt ze argwanend in de lens te kijken, maar ze zat zich rustig te poetsen, schikte nog een takje, en ging even verzitten. Ik denk zomaar dat haar eieren in deze hitte zijn uitgekomen, want er lag een donsveertje met wat bloed op de grond.

Ik ben liever buiten dan binnen, geloof ik. Even kijken hoe het met alle planten en dieren gaat. Vorig jaar fotografeerde ik overdag, om een uur of 12 ’s middags, een jonge das. Het dier was totaal niet bang, eerder verbaasd om mij op vier meter afstand te zien, en scharrelde rustig door. Thuis zag ik pas dat hij zijn rechteroog miste. Arm dier, ik gaf hem weinig kans op overleving. Maar vorige week zag ik dezelfde das weer, zonder rechteroog, groter en sterker dan vorig jaar. Deze keer koos hij toch maar het zekere voor het onzekere, en verdween in de struiken. Ook dat is een verhaal dat ik mijzelf vertel, dat ik een band heb met de dieren die hier wonen.

Onzin natuurlijk. Het zijn en blijven mijn gedachten, van het type verhalen om de wereld betekenis te geven, om mijzelf betekenis te geven. Je ware ik, zegt mijn spiritueel leraar, is de waarnemer van al die gedachten, zintuiglijke prikkels en emoties. Twee weken ‘jezelf’ zijn op social media kan in die optiek helemaal niet. Het enige wat kan, is dat je jezelf gedraagt in overeenstemming met één van de verhalen die je over jezelf vertelt. Bijvoorbeeld het verhaal van een buitenzwerver.

38. De wil van de klaproos

Ik vond een nest van een boommarter. Lang verhaal, geen boommarter gezien want die was al verhuisd. Voor de zekerheid heb ik daar toch maar twee avonden urenlang op de bosgrond gelegen. Geen straf, want het was prachtig weer, het geurde naar de zomer en er kwamen bosmuisjes voorbij, en raven en vele, vele andere bosdieren. Ik lag te genieten, maakte nog een foto van het prachtige schaduwenspel van de bladeren op de stam in de ondergaande zon… maar geen boommarter.

Een foto van een boom met latrine, met een nest waarvan je weet dat een moertjes haar jongen geeft gezoogd. Ik genoot, ik had de hele dag al volop foto’s gemaakt, ik wist eigenlijk wel dat ze al was verhuisd en ik had al foto’s van boommarters uit voorgaande jaren. Zou het nou nog veel uitmaken als opeens de boommarter toch wel zou verschijnen?

Ja. Het zou enorm verschil maken. Mijn ego zou een boost van jewelste krijgen, ik zou juichend naar huis gaan en tevreden in bed kruipen. Toch weer die hoopvolle verwachting, die wil om iets voor elkaar te krijgen.

Thuis pakte ik Nietzsche maar weer eens uit de kast. De Wil tot Macht, de Wil tot Realisatie. Ooit vond ik dan een veelbetekenend inzicht: de Wil als drijvende kracht van alles in de natuur! Nietzsche was een kind van zijn tijd, en vond zijn gelijk in het toen nog jonge Darwinisme en andere wat obscuurdere ideeën over strijd en overleving.  

Wat is de wil van een klaproos? Om te groeien, om te bloeien, om zijn kelkbladen uit te slaan en zich te realiseren ten koste van alle andere planten om hem heen, zou Nietzsche waarschijnlijk zeggen. Maar waarom zou de bloem het eindpunt zijn? Zou het niet de wil van de klaproos zijn om alle levenskracht terug te trekken in kleine zaadjes en die te verspreiden voor een lekkere winterslaap? Of om samen met het gras te wuiven in de wind en te vieren dat eindelijk de zon weer volop schijnt?

De Wil leidt onvermijdelijk tot spanning, strijd, triomf en uiteindelijk teleurstelling. Hoe anders is de blik van een Boeddhist, die simpelweg zou zeggen dat je de klaproos kunt waarnemen – of niet. Alleen maar waarnemen wat er is, zonder iets aan je waarnemingen te veranderen. Net als de boommarter. Zij zit in de boom, of zij zit er niet. Of zij zit er zowel wel als niet, totdat ik haar waarneem of het lege nest. Eigenlijk dus Schrödingers boommarter.