Threatened beauty

“What about nature in Cyprus?” you might ask. “Where are the birds, the mammals?”
Let’s start with the most famous eye-catchers: the flamingos. South of Larnaca, in the salt lakes. Larges groups and easy to see.

Apart from the flamingos, the first few days I hardly saw any birds. Very disappointing. A few common stonechats (Saxicola rubicola) – don’t need to go to Cyprus to see them. This one showed up shortly after sunrise, in the early orange light.

I soon found out why I saw so few birds. They are afraid! It is quite dangerous to be beautiful. In Cyprus, people shoot. Right after my beach house, there was a small nature reserve with a salt marsh. Information panels proudly stated how special the vegetation was. There were huge signs: Nature conservation area. No Hunting! And right after these signs, you find the empty shells. One at least at every 20 meter. No wonder I didn’t see any birds. And the ones I did see – quite special, endemic species – kept well hidden and so far away, that it was pointless to try and take pictures. I do Like Cyprus, but the hunting and shooting – even in nature reserves! – is awful.

Lots of lizards though. For instance this rock agame near Aphrodite’s bath. Previously this reptile was considered a subspecies of Laudakia stellio, but DNA research showed that Cyprus truly has its own endemic species: Laudakia cypriaca.

And another lizard, Schreiber’s fringe-fingered lizard (Acanthodactylus schreiberi). Quite a lot of them – even saw one on the beach.

Lots of dragonflies as well here. For instance the globe skimmer (Pantala flavescens) – a species found all over the world, able to migrate many thousands of miles during the year.

So what about the mammals in Cyprus? Of course they are present, but very, very well hidden. In between the shells, the silent witnesses of hunting in nature conservation areas, I also found fresh footprints of roe deer. The kind of deer that I can see almost daily where I live, where hunting is largely banned, but that are invisible ghosts here.

With these final remarks, I close off with some shaky air during another stunning sunrise.

Favoriete bosbewoner

Dit is vermoedelijk mijn favoriete bosbewoner: de boommarter. Echte, wilde natuur, zomaar in ons eigen Nederland. Het is alweer twee jaar geleden dat ik er voor het laatst een zag. Vorig jaar vond ik wel een bewoonde boom, maar nét te laat. Het gezin had de boom waarschijnlijk de week ervoor verlaten, te oordelen aan de latrine. Nu zit het moertje er nog. Vandaag tenminste – het zal niet de eerste keer zijn dat een gezinnetje van de ene op de andere dag verdwijnt…

Vandaag een groot deel van de dag gepost bij het nest, om te kijken hoe het staat met de gezinsuitbreiding. Het moertje kwam één maal buiten kijken, en hield het daarna voor gezien. Niet zo spectaculair, maar in het nest waren de jongen te horen. Ik gok dat ze over één of twee weken zo ver zullen zijn dat ze het nest verlaten. Het is te hopen dat iedereen dan de hond aan de lijn houdt.

Zo´n lange dag in het bos geeft altijd nieuwe ervaringen. Bijvoorbeeld de koolmezen en boomklevers, die geregeld langs komen om de latrine te inspecteren. Ik vermoed dat daar wel wat insecten te vinden zijn.

Ook leuk zijn de toevallige ontmoetingen met andere bosbewoners. Zoals deze rode eekhoorn, die even stil hield om te kijken. Verrek, zit daar nou een mens? Ja zeg, het is echt een mens! Nou ja, rustig doorlopen maar, en doen alsof ik hem niet heb gezien…

Lachen met purperkoeten

Ooit was ik in Mallorca, waar ik erg graag de prachtige purperkoet op de foto wilde zetten. Dochter en vriendin hadden niet zo’n zin om mee te lopen en bleven liever in het cafeetje aan het begin van het lange, rechte pad door het moeras. Terwijl ik speurend verder liep hoorde ik ze opeens achter me schreeuwen. Ik draaide me om en gebaarde: “Wat is er?”

Weer riepen ze, en wezen mijn kant op. Ik begreep er niets van, en liep maar verder.

Later vertelden ze me gierend van de lach dat er een vlak achter mij rustig over het pad had gewandeld – die juist in de bosjes indook toen ik me omdraaide. En terwijl ik me omdraaide, rende een tweede achter mijn rug óók het pad over. Zij lagen dubbel – ik merkte niets.

Ik kreeg ze op de foto, maar ik had kunnen wachten tot deze winter. December 2021 werd de eerste purperkoet ooit in Nederland gezien, in Zevenhuizen. Meteen gevolgd door een tweede in Alblasserdam. Ik ben niet zo’n fanatieke twitcher die alle zeldzaamheden meteen afrent, dus ik heb ze lekker laten zitten.

Twee weken geleden was ik op die prachtige zondagochtend in Kinderdijk om de molens te fotograferen – die van de vorige blogpost. Iemand zag mijn telelens, en vroeg of ik nog zeldzame vogels had gezien. “Niet echt,” antwoordde ik. “De cetti’s zanger vind ik altijd wel leuk, want dat was vroeger een echte zeldzaamheid.” Een andere molen-fotograaf merkte op dat hij nog even zijn telelens ging halen voor de vogels. Ik ging rustig naar huis – een uur rijden – en kwam er pas dagen later achter dat die tweede purperkoet dus gewoon vierhonderd meter verderop langs hetzelfde fietspad had gezeten. Waar hij de hele winter had gezeten.

Nou ja, dat was toch wat te veel voor me. Het weekeinde daarna was de verwachting wederom stralend, en ben ik maar teruggekeerd. Nogmaals de molens bij zonsopkomst, en nu ook de purperkoet. Ik denk dat ik hem vanuit het riet heb horen grinniken.

(Op de laatste foto duikelt hij voorover omdat zijn poot bleef haken achter een rietstengel. Beetje onhandig zijn ze wel)