Op weg naar school was een sloot waar elke zomer visdiefjes kwamen. Waarschijnlijk broedden ze op één van de nabijgelegen flats, op die platte daken. Die schoonheid, die sierlijkheid! Als ik dat zag, en hun schelle roep hoorde, was mijn dag meteen goed.
Waar komt toch die voorliefde vandaan voor kamperen, heldere beekjes, watervallen, rotsen, kloven en grotten? Het zullen de boeken vol avonturen zijn geweest die ik als kind heb verslonden. Ontdekkingsreizen over de toen nog onbekende wereld.
Samen met Theo was ik op pad in het Müllerthal in Luxemburg. Weer even jong, weer even als avonturiers op onze eigen mini-ontdekkingsreis. Tot het moment dat mijn knie het welletjes vond, en ik 11 kilometer terug moest strompelen. Het leven van een avonturier is ook niet alles
Ik werd gewekt door gepraat. “Mensenkinderen, waarom zo’n herrie?” gromde ik van onder het laken, en draaide me geërgerd om. “Sommigen hier proberen te slapen!”
Toen realiseerde ik me dat het al licht werd. Haastig kleren aanschieten en naar buiten, voor een van de mooiste zonsopkomsten die ik ooit heb gezien. Dankzij die luide praters…
Hoe heerlijk, deze vroege lente 2025. Warm, zonnig, droog – een beetje té droog voor sommigen. Maar jongens, wat is het genieten buiten met je kopje koffie onder de appelbloesem…
Op 10 minuten fietsen van mijn huis bevindt zich een prachtige kolonie ooievaars. Ze zijn alweer druk aan het broeden.
Ik vermoed dat het exemplaar met de bruine veren een eerstejaars is. De snavel is al fel rood in plaats van zwart, maar het verendek is nou niet echt stralend wit te noemen, en hij heeft duidelijk één van de slechtste plekken van de kolonie gekregen: het dichtst de weg, het laagst op de stam. Het arme dier wordt voortdurend bekeken door fotografen zoals ik, en auto’s die even stoppen. Gelukkig lijkt hij gewend aan drukte, want hij bleef onverstoorbaar soezelen (het resultaat: vele, vele foto’s met gesloten ogen).
Dit is één van de foto’s die binnenkort in de Sint Aegtenkapel in Amersfoort komt te hangen, geselecteerd door de selectiecommissie. Dankzij de Fotokring Eemland (FKE), en in het bijzonder de inspanningen van Rob Renshoff om exposities van de fotoclubs mogelijk te maken.
De foto is met mijn simpele mobiele telefoontje genomen. Ik heb ter plekke ook een enorme hoeveelheid foto’s met professionele spiegelreflex gemaakt, tot ver na zonsondergang, maar toch heb ik gekozen voor deze telefoonfoto. Domweg omdat het beeld me meer aansprak dan de ‘professionele’ foto’s. Waarmee maar weer eens blijkt: je hebt geen dure camera nodig om tentoonstelling-waardige foto’s te maken…
De eerste reactie van bijna iedereen: “Hè he, eindelijk. Waarom heb je dit niet veel eerder gedaan?” Tja jongens, ik was er gewoon nog niet aan toe gekomen. Eén van die ideeën die maar achter in je hoofd blijven knagen. Tot nu: vanaf nu hangen er permanent twee van mijn foto’s in de zaal van het Dorpshuis Hollandsche Rading. Het idee is om daar natuurfoto’s te hangen die de bezoekers al het moois laten zien dat zomaar in de buurt is te vinden. En om de foto’s elk seizoen te wisselen, wat mij weer een reden geeft om er ook heel veel op uit te gaan. Een soort permanente wisseltentoonstelling van de natuur door het jaar.
Misschien ga ik het geheel nog uitbreiden met een buitenfoto in mijn voortuin, als een soort openluchtmuseumpje (zoals de buren een tuinbibliotheekje hebben). Als het zover is, laat ik dat wel weer weten.