…zie je dat alles gekleurd is. Ik weet niet meer wanneer ik het voor het eerst zag, dit gedicht, maar op de een of andere manier maakte het indruk. Het moet ergens op de middelbare school zijn geweest, misschien wel een poster op de ramen bij het vak Nederlands. De hele dag liep ik rond en verbaasde me er over dat inderdaad overal, overal, kleuren waren te zien. Zo vanzelfsprekend en toch: je moet het maar zien. De regel is van K. Schippers, en hij heeft meer opmerkelijk gewone dingen waargenomen. Ik moet er vaak aan denken als de wereld wat zwart/wit of grijs lijkt. Goed blijven kijken! Er is overal kleur.
Ik ben een enorme fan van zonsondergangen – en opkomsten, die ook – omdat héél kort de hele wereld een sprookje wordt. Eerder vertelde ik over het gouden uurtje, en weldra zal ik ook het geheim van het blauwe uurtje delen. Maar nu nog even gewoon genieten van al het moois dat zich zomaar laat zien.
Iets heel anders… Afgelopen weekeinde maakte ik een uitstapje naar een oude liefde: natuurfotografie. De winter nadert, en de grootste volksverhuizing ter wereld is in volle gang. Over het hele noordelijk halfrond trekken vogels naar het zuiden. Van al die vogels spreken de majestueuze kraanvogels wel heel erg tot mijn verbeelding. Ze broeden vooral in Scandinavië, en sinds enkele jaren ook voorzichtig in het Fochteloërveen.
Een prachtige plek om de trek van de kraanvogels mee te maken is het Lac du Der in Frankrijk. Hier verzamelen ze zich met tienduizenden om krachten op te doen voor het volgende deel van de reis. Vooral de continue zwermen die ’s avonds naar het meer terugkeren maken een onvergetelijke indruk!
Hier een klein portret van deze kraanvogeltrek. Dank, Chiel Kleisen, voor je gastvrijheid aldaar!
Op 4 oktober is het 350 jaar geleden dat Rembrandt stierf. Even rekenen… inderdaad, in het jaar 1669. Mijn eerste gedachte was: ik heb niet zo veel met Rembrandt. Nou ja, behalve dan het Rembrandt-licht, want dat kent iedere portretfotograaf. Dat is wanneer je het licht schuin van voren laat komen, zodat één kant van het gezicht wordt belicht en op de andere kant, de schaduwwang, nog nét een driehoekje van licht is te zien. Door het spel van licht en donker krijgt het gezicht diepte en komt het tot leven.
In mijn geheugen zitten stoffige herinneringen aan musea met zalen vol donkere schilderijen. Oh ja, en een wat scherpere herinnering aan die ene keer toen vader me meenam naar het Rijksmuseum om de Nachtwacht te zien. Er hingen veel gezichten van mensen met van die grote kragen. Ik stond met mijn neus bij één van die schilderijen en zag dat de kraag van dichtbij alleen maar bestond uit losse verfstreepjes, slordig door elkaar. Ik ging achteruit en de streepjes losten op in een illusie van een doorschijnende kanten kraag. Dichtbij, en weer veraf; ik wilde precies weten op welke afstand de losse streepjes een kraag werden. Het gaf een magisch gevoel, en dat iemand zoiets wist te maken vond ik wel echte kunst.
Nou vooruit, Rembrandt kon ook wel treffend echte mensen schilderen. Mensen van de straat met allerlei onvolkomenheden zoals bochels en pukkels en waterige oudemannetjesogen. Dat werd in die tijd nog niet zo veel gedaan. Onlangs was ik bij de tentoonstelling van Caravaggio in Utrecht. Deze Italiaanse schilder leefde van 1571 en 1610 – juist iets eerder dan Rembrandt. Ook hij schilderde al echte mensen en ook hij maakte prachtig gebruik van licht dat door een lamp wordt uitgestraald, door ramen binnenvalt of simpelweg van boven komt. De tentoonstelling liet goed zien hoe Utrechtse schilders werden beïnvloed door Carvaggio en zijn stijl overnamen. Over zijn betekenis voor Rembrandt lees ik vooral onzekerheid: ze hebben elkaar nooit ontmoet, misschien is Rembrandt indirect beïnvloed via de Utrechtse kunstenaars, wie weet?
In mijn jonge jaren heb ik gestudeerd in de Jodenbreestraat, tegenover de plek waar hij twintig jaar heeft gewoond en zijn Amsterdamse atelier hield. Er is nu een museum gevestigd, het Rembrandt huis. En zoals dat gaat met musea dichtbij: ik moet bekennen dat ik daar nog nooit ben geweest. Bij deze beloof ik plechtig aan de lezers dat ik dat nog dit jaar zal goedmaken. Want inmiddels weet ik dat ik wel degelijk iets heb met Rembrandt. Met zijn illusies, met zijn mensen en vooral met zijn licht.
Jouw eigen Rembrandt portret!
Speciaal vanwege de 350e sterfdag van Rembrandt heb ik een aanbieding: je kunt jouw portret met Rembrandt licht laten maken voor slechts €49. Als je wilt zelfs met zo’n mooie kraag!
Ooit was er een tijd dat ik vol trots van school kwam met mijn tekeningen. Het was een Jenaplan school met volop aandacht voor creativiteit. Drukwerkjes van llnoleumsnedes, zwarte wasco wegkrassen zodat de onderliggende oostindische inkt in prachtige kleuren tevoorschijn kwam, werkjes met gekleurd zand – ik heb er fijne herinneringen aan.
Dat fijne gevoel heb ik nog steeds als ik met foto’s bezig ben. Soms is het aardig om in Photoshop hier en daar wat te retoucheren of wat kleur of effect toe te voegen. En aan sommige foto’s kan ik uren priegelen om te kijken welke bewerking het mooist wordt. En als ik tevreden ben, dan is het weer net alsof ik in de middag thuis kom met mijn tekening in de hand.
Deze keer wilde ik een rookeffect uitproberen. Je ziet het vaker; ik vind het een mooi effect en wilde eens kijken hoever ik zou komen. Linde was bereid te poseren. Voor de rook heb ik een avond pakken vol wierook opgebrand – de geur heeft bijna twee weken in huis gehangen.
Natuurlijk verwacht ik niet dat mensen naar een portretfotograaf komen om zo’n rookfoto te laten maken. Ik bedoel: het kan en ik zal het met plezier doen, maar ik verwacht hiervoor weinig klandizie. Ik zie het als een soort Stier van Potter. Dit schilderij, dat hangt in het Mauritshuis, werd in 1647 geschilderd door Paulus Potter. Als je goed kijkt zie je dat er van alles aan mankeert. Het perspectief klopt niet, het dier zelf lijkt van losse onderdelen van verschillende dieren in elkaar te zijn gezet. Naarmate je langer kijkt, zie je steeds meer details die niet kloppen met het geheel. Toch maakt het schilderij indruk, en zie je in die details de vaardigheid van de schilder. Mogelijk is het schilderij juist met die bedoeling gemaakt: om indruk te maken en om te laten zien dat de schilder allerlei technieken beheerste. Technieken die hij ook voor een nieuwe opdracht kon inzetten.
Deze rookfoto zal minder geschiedenis maken dan de Stier. Maar het was enorm leuk om te maken en ja, net als vroeger was ik best trots toen ik het resultaat aan Linde liet zien.
In de natuurfotografie is het een begrip: Het Gouden Uur. Rond zonsopkomst en zonsondergang dompelt de zon de wereld in haar mooiste licht. Met het stralende en waanzinnig warme weer kon je het de afgelopen weken vaak meemaken.
He is een moment waarop je schitterende foto’s kunt maken. In de zomer vergt dat wel even doorbijten. De zon komt dan zó vroeg op en gaat zó laat onder dat het genieten een flinke aanslag kan zijn op je nachtrust. Als natuurfotograaf stond ik geregeld al rond vier uur naast mijn bed!
Wat dat betreft is de winter handiger. Maar ja, dan staan er weer geen gewassen te rijpen op de velden, vliegen er geen insecten rond en kun je niet lekker zonder jas rondlopen.
Wil je ook bijzondere foto’s laten maken tijdens het Gouden Uur? Ik ga graag met je op pad. Ook als je dat graag een keer om vier uur´s ochtends wilt doen!
Ik wilde iets schrijven over rekwisieten; spulletjes om mee te nemen naar een fotoshoot. Tien tips voor leuke voorwerpen zoals hoedjes, bloemen of boeken die een foto nét dat beetje extra kunnen geven. ‘Probeer maar uit,’ spoor ik altijd aan. ‘Speel met iets dat bij jou past of wat jij wilt laten zien.’
En toen kwam Stephanie met haar paard.
Paarden, daar heb ik wel wat mee. Prachtige dieren waar een sfeer van vrijheid omheen hangt. Die sfeer is bij waarschijnlijk blijven hangen uit de verhalen van vroeger, over eenzame reizigers en avonturiers die met hun paard over de wereld zwierven. Helden die één waren met de natuur en met hun paard. Een klopje op de nek of een paar woorden gefluisterd in het oor waren voldoende voor het paard om te weten wat er moest gebeuren.
Dat de werkelijkheid weerbarstiger is, merkte ik tijdens een korte serie paardrijlessen. Ik woonde pal boven een manege, dus het moest gewoon. Bij de eerste les werd mij verteld dat er maar één de baas kon zijn: het paard of ik. Dat werd dus het paard. De laatste les eindigde met een chagrijnig bokken en een plotselinge draf naar een hindernis. Slippend kwamen we voor de hindernis tot stilstand – ik vrees dat ik erg hard aan de teugels heb getrokken. Voorlopig was dat even genoeg voor mij. Misschien komt er ooit nog een vervolg.
Hoe dan ook, dat paard was een uitstekend idee van Stephanie. Heel even mocht ik weer in de paardenwereld stappen, van geurend grasland en hooi en bescherming tegen dazen en gewoon lekker buiten, niemand om je heen. Een vakantie van anderhalf uur. Dus aarzel niet en neem gerust uw paard mee naar de fotoshoot. Hij of zij is meer dan welkom.
Hoe kom je mooi op de foto? Opvallend veel mensen zijn daar onzeker over, of hebben een snel excuus: ‘Ik ben niet fotogeniek. Ik sta nooit goed op foto’s.’ Akkoord, we zijn niet allemaal George Clooney of Julia Roberts. Maar heus: iedereen kan geweldig op de foto komen.
De mooiste portretfoto van mijzelf kwam uit een automaat. Geen fotograaf, maar gewoon zo’n fotohokje waar je inkruipt en het gordijntje dichtschuift. Genomen vlak nadat ik was geslaagd voor mijn rijbewijs, en mijn vader mij direct meesleepte naar de provincie voor de officiële papieren. Op die foto straalde ik. Opluchting, blijdschap en het gevoel van bevrijding werden keurig door de automaat gevangen en vastgelegd. Het werd de allermooiste foto ooit, die bij de verlenging van mijn rijbewijs helaas verloren is gegaan.
Een rijbewijs haal je niet elke dag, maar gelukkig zijn er meer trucs die jouw foto geweldig kunnen maken. Tijdens het poseren help ik met aanwijzingen en kun je gerust ideeën uitproberen. Kun je niet wachten en wil je jouw perfecte pose alvast oefenen? Dan heb ik hieronder zes tips voor je.
Het allerbelangrijkste: heb plezier. Ontspan. Blijf ademen. Er zijn geen vaste regels en op elke vaste regel zijn uitzonderingen. Wat je ook doet: het is goed. Voor een creatief portret gaat dat wel heel ver: achterhoofden, onscherpte, portretten zonder gezicht; alles is toegestaan. Maar ook voor je zakelijke portret of dat mooie cadeauportret is speelsheid en losheid een pré.
2. Draai je lichaam weg van de camera, meestal naar het licht. Of je nu staat of zit: een kwart slag draaien is perfect. Dat oogt soepeler dan een frontaal lichaam, dat als een blok recht voor de camera staat. Tenzij je graag als een blok overkomt, zoals een worstelaar. Sta losjes en natuurlijk. Soms helpt het om op je achterste been te steunen, het voorste licht gebogen of gekruist. Maar blijf in balans en laat je lichaam niet achterover leunen – leun liever iets naar voren! En oh ja, houd je rug recht.
3. Draai vanuit die halfgedraaide positie je gezicht naar de camera. Speel met de houding van je gezicht: kijk gerust licht omhoog of schuin opzij, maar overdrijf niet. Onderkinnen verdwijnen als je je hoofd iets naar voren brengt: ‘met je oren naar voren’ wordt je nek langer. Klinkt gek, voelt gek, maar werkt wel.
4. Lang haar kan het best achter één schouder, opgestoken of in een staart, wat de kinlijn zichtbaar maakt. Tenzij je juist het haar wilt accentueren, zoals bij een mysterieuze verscholen blik.
5. Wat doe je met je handen? Van alles, maar niet strak langs je lichaam. Houd minstens één arm gebogen. Losjes op je heup, met een duim in je riem (met de vingers zichtbaar!), breng een hand naar je kin of haal er een door je haar. Alles natuurlijk weer afhankelijk van de uitstraling die je wilt.
6. Glimlach… of juist niet! Glimlachen is lang niet altijd nodig. Vrolijk kijken, mysterieus staren, intens loeren: het kan allemaal. Toch staan de meeste mensen het liefst met een glimlach op de foto. Ik probeer zelf altijd te denken aan een fijne gebeurtenis, hoe dat voelde. Flirt met de camera. En bedenk: lachen doe je vooral met je ogen! Een trucje is om je tong tegen je bovenste gehemelte te houden en licht tussen je tanden te sissen. Laat vooral die tanden zien – dan wordt de lach stralend. Oefen gerust voor de spiegel, maar maak het alsjeblieft niet al te serieus. Als je merkt dat je gezicht te strak wordt, trek dan even wat gekke gezichten, grimassen of schud alles even los. Dat kan ook tijdens de fotoshoot: even bijkomen, even een praatje tussendoor.
Op de foto hierboven zie je dat we sommige tips wel hebben toegepast, maar andere niet. Ik zei al: tip 1 is de belangrijkste. Heb plezier. Het mooiste van deze foto is dan ook het spontane en ontspannen moment. De rest is bijzaak.
Daar sta je dan voor je kledingkast. Normaal is het al lastig om te kiezen, maar wat draag je in vredesnaam op een fotoshoot?
Geen nood. Van tevoren hebben we dat al rustig doorgenomen, en zo nodig hebben we al afspraken gemaakt. Kun je zo lang niet wachten, dan heb ik hier alvast zes tips voor een eerste houvast.
1. De allerbelangrijkste tip: draag wat je prettig vindt. Waarin je je lekker voelt. Dus weg met die té strakke broek, die pijnlijke schoenen of dat overhemd dat eigenlijk al lang weg had gemoeten. Fijne kleren geven een fijn gevoel, en een fijn gevoel geeft leuke foto’s.
2. Thema en uitstraling: Kies kleding die past bij het soort foto dat je wilt maken. Bij een winterfoto passen misschien een muts en sjaal. Bij een zomerwandeling misschien een jurk of outdoor-kleding. Een arbeidersfoto vraagt om andere kleding dan een sportfoto. Modieuze kleding veroudert sneller dan tijdloze kleding – maar misschien is het juist jouw bedoeling om de tijd van nu te laten zien. Wil je vrolijk of serieus, actief of rustig, heb je een bepaalde uitstraling voor ogen? Kies kleding die daarbij past
3. Ga je met meer personen op de foto? Stem dan je kleding op elkaar af. Bijvoorbeeld dezelfde stijl, kleurtoon en misschien zelfs dezelfde kleur. Allemaal in het wit of zwart, allemaal formeel in pak of juist allemaal met een trui aan, dat maakt jullie tot een eenheid. Verschillende kleuren, prints en typen kleding maken een foto rommelig. En dan kijk je achteraf altijd naar die ene persoon die helaas zo enorm afwijkt.
4. Effen of print? Ik geef toe: ik voel me vaak lekkerder (tip 1) in een printje. Toch is voor een foto effen kleding vaak rustiger, serener. Patronen, streepjes, ruitjes geven onrust en leiden de aandacht af. Maar ja, soms is dat juist weer de bedoeling, bijvoorbeeld als je (tip 2) juist met een lawaaierig surfshirt op een surffoto wilt, of in die vrolijke bloemetjesjurk in een lenteweide. Letters, logo’s of zo’n enorme wolvenkop op je shirt zijn bijna nooit goed.
5. Kies je kleur met zorg! Voor mannen soms onbekend terrein, maar vrouwen weten meestal heel goed welke kleur het beste past bij hun huid, ogen en haar. Kleuren zijn ook heel bepalend voor de ‘energie’ in een foto. Lichte en pasteltinten geven een energieke uitstraling. Gedekte tinten zijn rustiger. Felle kleuren zijn soms onhandig, en glimmende, reflecterende of fluoriserende kleuren zijn helemaal lastig. Meestal zijn rustige kleuren beter.
6. Blijft het moeilijk? Neem kleding in een paar laagjes. Met een shirt, blouse en vest valt er al wat te combineren en improviseren.
Aarzel niet om te vragen als je twijfelt. En heb vooral veel plezier tijdens je fotoshoot!
Het leukste van Photoshop vind ik de droomwerelden die je kunt creëren. Zonder enige moeite knip en plak je dingen bij elkaar of krijgen mensen kleding of make-up die ze tijdens de opname helemaal niet droegen. Is het erg om een foto te manipuleren? Zolang je niet beweert dat je de werkelijkheid weergeeft, vind ik van niet.
En toch… wat is dat eigenlijk, de werkelijkheid weergeven? Elke taalwetenschapper kan je vertellen dat er nauwelijks een werkelijkheid bestaat; dat de werkelijkheid telkens opnieuw wordt gereconstrueerd met woorden, teksten die we kiezen om onze verhalen te vertellen. Hetzelfde geldt voor beelden: met de beelden vertellen we verhalen, en soms doen we alsof die verhalen de werkelijkheid zijn. Ergens ligt natuurlijke een grens als je te kwader trouw mensen misleidt. Google maar eens op ‘ethiek in de fotografie’.
Ook bij portretfotografie kom je dit soort vragen tegen. Bijvoorbeeld met het ‘mooier maken’ van gezichten. Sommige mensen hebben er geen enkel probleem met rimpels, pukkeltjes of haartjes waar ze ongewenst zijn. Ik vind dat mooi. Mensen zijn niet van plastic, en oneffenheden geven een gezicht karakter. Andere mensen gruwelen ervan, en dat snap ik. Gelukkig is het geen enkele moeite om zo nu en dan wat details te verdoezelen. Maar je kunt daarmee ook te ver gaan, merkte ik. Een portretfoto van mijn schoonzus had ik voor de aardigheid bewerkt tot een soort glossy schilderij uit de vorige eeuw. Prachtig hoor, ze leek wel weer 18 jaar zonder één rimpeltje. Ik vroeg of schoonzus en broer de bewerkte foto als verhuiscadeau op canvas wilden. “Nee,” antwoordde mijn broer. “Het is heel kunstig hoor, maar dit is haar gewoon niet, en waarom zou ik een vreemde aan de muur hangen?” En daar had hij natuurlijk helemaal gelijk in.
Nou goed, dit model met bloemen spreekt voor zich. Van A tot Z gemanipuleerd. Zelfs de oogschaduw…