“Het is leuk om mijn harde kant op de foto’s naar buiten te laten komen. Ik heb namelijk een heel zacht karakter. Ik ben catwalkcoach voor modellen en organiseer ook mijn eigen modellen wedstrijden. Ook treed ik op als gastheer. Leuk werk waarbij ik over de hele wereld reis. Binnenkort mag ik weer naar Colombia voor een modellenwedstrijd.
Ik help modellen op allerlei manieren om hun weg te vinden, met evenementen, advies en producten. De juiste mindset is daarbij belangrijk. Mijn motto is: What you do, the way you think, makes you beautiful.
Ik zie veel mensen die zijn gericht op succes of roem. Dat vind ik niet zo’n goede motivatie om richting te geven aan wat je doet. Het belangrijkste is om te doen wat je leuk vindt. Daarna is het vooral een kwestie van vooral doorgaan en volhouden. Je hebt ook een beetje geluk nodig. Toeval bepaalt wat er op je pad komt, en als jij er klaar voor bent kun jij de kansen pakken als ze langs komen.
Twee kleine stukjes in Psychologie Magazine. Het ene stukje zei: Twee weken lang jezelf zijn op social media verbetert je stemming en welzijn. Dat riep meteen de vraag op: Wanneer ben ik dan mijzelf? Kan ik ooit niet mezelf zijn? In het tweede artikeltje las ik dat er zoiets bestond als ‘narratieve psychologie’, een stroming in de psychologie die ervan uitgaat dat het verhaal dat we onszelf vertellen voor een belangrijk deel bepaalt hoe we ons leven ervaren. Zie je wel! Jezelf zijn is dus afhankelijk van het verhaal dat je over jezelf vertelt.
Mijn wereld hangt aan elkaar van verhalen. Verhalen die ik mezelf vertel, verhalen die ik een ander vertel en verhalen die ik hoor van anderen. De achterkant van de maan ken ik bijvoorbeeld alleen maar uit verhalen, niet uit eigen ervaring. De boommarter heb ik niet gezien, maar de sporen in het bos vertellen me dat ze in de holle boom haar jongen heeft grootgebracht.
Eén van mijn favoriete verhalen: dat ik een eenzame buitenzwerver ben. In mei hoorde ik twee haviken paren – ik had het nog nooit gehoord maar wist meteen dat het een paring moest zijn. Twee schimmen vlogen weg door de bomen. Ik ben de volgende dag gaan zoeken en vond hun nest, toen nog leeg. Sindsdien loop ik in de lunchpauze geregeld langs het nest. De ouders zijn schuw, laten zich wel horen maar vrijwel nooit zien. Er zijn eieren gekomen en de jongen hebben inmiddels de leeftijd bereikt dat ze nieuwsgierig de wereld in kijken. Volgende week zullen ze hun eerste stappen buiten het nest doen.
Ik weet het, nestfotografie is ‘not done’. Maar ja, ik kom er bijna elke dag langs op mijn lunchwandeling. Het enige wat ik hoef te doen is de camera even oprichten. Moeder is altijd in de buurt, ik hoor haar vaak en één maal is ze even komen kijken, laag over mij heen scherend.
Nestfotografie geeft verstoring. Maar wat dan met dat nest van die houtduiven? Die suffe dieren zoeken de verstoring zelf op, hebben het in hun kleine koppie gehaald om pal achter mijn keukendeur te gaan nestelen. Als ik de deur stevig open doe, krijgt moeder in haar nest een optater. Ik heb me maar aangeleerd om héél voorzichtig en rustig pratend de keukendeur op een kier te zetten en naar buiten te glippen. Het verhaal dat ik mijzelf daar vertel is dat de dieren mij wel aardig vinden, anders zouden ze zo’n plek toch niet uitzoeken. Op de foto lijkt ze argwanend in de lens te kijken, maar ze zat zich rustig te poetsen, schikte nog een takje, en ging even verzitten. Ik denk zomaar dat haar eieren in deze hitte zijn uitgekomen, want er lag een donsveertje met wat bloed op de grond.
Ik ben liever buiten dan binnen, geloof ik. Even kijken hoe het met alle planten en dieren gaat. Vorig jaar fotografeerde ik overdag, om een uur of 12 ’s middags, een jonge das. Het dier was totaal niet bang, eerder verbaasd om mij op vier meter afstand te zien, en scharrelde rustig door. Thuis zag ik pas dat hij zijn rechteroog miste. Arm dier, ik gaf hem weinig kans op overleving. Maar vorige week zag ik dezelfde das weer, zonder rechteroog, groter en sterker dan vorig jaar. Deze keer koos hij toch maar het zekere voor het onzekere, en verdween in de struiken. Ook dat is een verhaal dat ik mijzelf vertel, dat ik een band heb met de dieren die hier wonen.
Onzin natuurlijk. Het zijn en blijven mijn gedachten, van het type verhalen om de wereld betekenis te geven, om mijzelf betekenis te geven. Je ware ik, zegt mijn spiritueel leraar, is de waarnemer van al die gedachten, zintuiglijke prikkels en emoties. Twee weken ‘jezelf’ zijn op social media kan in die optiek helemaal niet. Het enige wat kan, is dat je jezelf gedraagt in overeenstemming met één van de verhalen die je over jezelf vertelt. Bijvoorbeeld het verhaal van een buitenzwerver.
“Nu ik een zoontje heb is het even afgelopen met feesten en alleen aan mezelf denken. Ik heb de hele wereld over gezworven. Al tijdens mijn studie, naar Peru, en tijdens mijn werk in Londen, Engeland, toen ik maanden op veldwerk in Tanzania werd gezonden. Tijdens mijn carrière switch naar het onderwijs maakte ik gebruik van de lange zomers om door Centraal en Latijns-Amerika, Vietnam en Nieuw Zeeland te reizen. En nu zit ik ‘s avonds thuis, en dat vind ik prima. Ik heb mijn tijd van pub bezoekjes door de week, uitgaan in het weekend, en lange verre reizen voor nu gehad. Nu is het tijd voor mijn zoon, gekregen via een donor.
Het gekke is dat ik eigenlijk alleenstaand moeder zou worden. Ik verwachtte altijd een gezin te stichten. Een soort vanzelfsprekendheid die ik had aangenomen, want dat gebeurde in mijn directe omgeving. Maar het leven loopt niet altijd volgens plan, en dus besloot ik om het alleen te doen, voordat het ‘te laat’ was. Het kostte veel moeite om het allemaal goed voor elkaar te krijgen en uiteindelijk te laten slagen. En toen kwam opeens mijn vriend in mijn leven, al tijdens mijn traject. Hij had ook kinderen, maar steunde mij in mijn keuzes en uitdagende traject. Als we nu in de weekenden samen zijn, dan is het huis vol, een dreumes, twee pubers en twee volwassenen. Luidruchtig, druk, vermoeiend, maar oh zo gezellig.
Komend jaar gaan we samen wonen. Er wordt al druk gebouwd aan een extra kamer in het huis. En ik ben blij, want het voelt alsof het zo moest zijn.”
Mijn moeder komt uit Rusland. Dat roept rare reacties op. “Ben je hier gekomen om een beter leven te leiden?” en zo. Omgekeerd hebben ze in Rusland soms het idee dat wij hier in Nederland allemaal aan de drugs zijn en gay. Ik probeer die beelden aan beide kanten voorzichtig bij te sturen. Voor mij is de hele wereld mijn speelterrein. Na de tsunami ben ik voor werk naar Sri Lanka geweest. Wat ik daar heb gezien is met geen pen te beschrijven. Zo veel leed, zo veel ellende. Er was niets meer.
Hier in Tilburg komt de hele wereld samen. Er broeit iets van creativiteit, iets wat je een tijd geleden in Rotterdam had. Een geweldige plek voor fotoshoots van internationale merken, omdat de stad een mengeling van bouwstijlen heeft en iets ongrijpbaars. Dit gebouw lijkt op Miami, maar het zou ook in Engeland kunnen staan of aan de Spaanse Costa. Die anonimiteit is aantrekkelijk voor een wereldmerk. Je kunt niet altijd New York of Parijs hebben, dat wordt afgezaagd.
“Je bent jong en zorgeloos, hoe ouder je wordt hoe lastiger het soms is. De een gaat het voor de wind terwijl er ook mensen zijn die veel tegenslagen moeten zien te verwerken.
Maar je moet nooit opgeven, ergens schijnt voor iedereen de zon. Bloemen hebben zonlicht nodig maar soms ook regen want dat staan ze er op hun mooist bij. Dit probeer ik ook vast te houden.
Ik weet dat ik stappen kan en ga zetten ook al zullen het kleine stapjes zijn en soms weer een stapje terug. Ik zal vooruit gaan hoe dan ook.”
In het bos zag ik een mierennest bomvol rode bosmieren. ‘Verrek zeg…’ dacht ik. ‘Dat lijken mijn gedachten wel!’ Het ‘voorjaarszonnen’ bij de bosmieren is een fenomeen dat je alleen op de eerste zonnige lentedagen kunt waarnemen. Het lijkt wel alsof alle mieren tegelijk naar buiten komen om samen feest te vieren. Waarschijnlijk nemen ze in hun lichaam warmte op, en brengen ze die vervolgens onder de grond het nest in.
Bij dzogchen meditatie is het de bedoeling dat je naar je gedachten kijkt. Hoe een gedachte opkomt, even bestaan en weer verdwijnt als er nieuwe gedachten opkomen. ‘Gedachten stilzetten kan niet,’ zegt mijn leraar altijd. ‘Dus vergeet die wellness meditatie waarbij wordt gezegd dat je nergens aan moet denken om tot rust te komen. Dat is volstrekt onmogelijk. Kijk hoe je gedachten voorbij komen, alsof je langs een rivier gaat zitten kijken naar de stroming.’
Ik heb altijd wat moeite met die metafoor. Mijn gedachten geven meestal de associatie met die keer dat er een brandende lucifer achteloos werd weggegooid in een doos vol vuurwerk. Alles knalt en sist en vliegt gillend de doos uit.
Maar nu heb ik een nieuwe metafoor, voor als het wat rustiger is van binnen. Dit nest bosmieren, een krioelende hoop beweging waarvan de precieze functie nog steeds niet helemaal duidelijk is. Machtig mooi toch, die natuur.
“Ik zou wel weer eens hopeloos verliefd willen worden, zoals op de middelbare school. Dat je het voelt in elke cel van je lichaam, dat je hele lichaam gaat bruisen. Er is iets met verliefdheid waar je op dat moment behoefte aan hebt. Die andere roept een gevoel op dat je nodig hebt, bijvoorbeeld een gevoel van thuiskomen. Het moet wel een verliefdheid zijn voor langere tijd, en niet dat na een tijdje die roze bril verdwijnt en blijkt dat je eigenlijk helemaal niet bij elkaar past.
Zien is belangrijk. Als je mensen voor het eerst ziet, weet je op de een of andere manier meteen of er een verbinding is of niet. Aan de andere kant: als je langzaam van iemand gaat houden, dan zie je steeds meer de mooie dingen in iemand en is zien helemaal niet meer belangrijk.
Ik denk dat iedereen behoefte heeft aan verbinding. Dat je iets samen hebt van waaruit je richting kunt geven aan je leven. Een plek waar je ook een stuk vrijheid hebt. Een vrije geest laat zich niet beknotten. Die zal vragen blijven stellen en nieuwe dingen willen ontdekken. Ik denk dat jij ook zo’n vrije geest bent. Nieuwsgierig …”
Onlangs gebeurde het weer. Precies toen mijn leven op zijn kop stond en ik in een haviksei zat te staren om een glimp van de toekomst te zien, belde iemand.
“Hoe is het met je?”
“Dat zal ik straks vertellen,” antwoordde ik “Eerst moet je vertellen waarom je me juist nu belt. Ik wil dat weten. Is het toeval?”
“Ik geloof niet in toeval…”
Dingen gebeuren. De zon komt op, er vliegt een vlinder door de tuin en het straatnaambordje is per ongeluk de verkeerde kant op gedraaid. Of expres, door balorige jongeren die zouden schaterlachen als ze wisten van al die voorbijgangers in verwarring raakten.
Ik ben een dromer, een romanticus, en in mijn wereld gebeuren dingen niet zomaar. Ik houd van magisch denken. Dat straatnaambordje gaat er vast eens toe leiden dat een bevallige dame op de fiets bij mij aanbelt om de weg te vragen, waarna we lang en gelukkig samen verder leven. Die vlinder gaat vast eitjes leggen, en volgend seizoen zal ik de eitjes vinden en fotograferen, de rupsjes met mijn camera volgen tot ze zich verpoppen en er een nieuwe vlinder uitvliegt. En met die fotoserie wordt natuurlijk een prijswinnaar. En de zon… dat weet ik nog even niet, maar in mijn wereld komt de zon ook op speciaal voor mij, bestaat de achterkant van de maan alleen voor mij zodat ik daarover kan nadenken. Ik ben de Koning van mijn wereld.
Dingen gebeuren. Mensen zien dingen, horen dingen, voelen dingen en geven betekenis aan al die ervaringen. Een stofje op de tafel wordt opeens – oh oh, het is hier best wel stoffig. Ik moet hoognodig weer eens stofzuigen maar ik heb daar echt geen tijd meer voor nu. Maar ja , als ik het nu niet doe dan loop ik morgen weet te niezen. Hè jakkes, alleen al bij de gedachte krijg ik jeuk aan mijn neus. Zou dat ook door het stof komen, of is het misschien een schimmelinfectie of misschien wel een allergie, stel je voor dat ik allergisch ben geworden dan moet ik vast andere gordijnen en alle kleden van de vloer wegdoen en een ander bankstel, zo een van leer die zo koud zijn, waar ga ik dat van betalen allemaal?
…. het was een stofje, maar voor je het weet zit je met je gedachten in Tokyo.
Alles krijgt betekenis. Als baby leer je al heel snel dat er een rare ervaring is die ‘zien’ wordt genoemd en dat er een regelmaat in die ervaring zit: als er twee vlekken verschijnen die je maar even voor het gemak ‘ogen’ noemt, dan krijg je kort daarna iets toegestopt in wat je voor het gemak maar even ‘mond’ zal noemen, dat lijkt wel een goede term: mond, en dan geeft dat even later een enorm weldadig gevoel door…. vooruit, noem het je lichaam1. Ervaringen krijgen namen, en die namen maken dat je er een verhaal over kunt verzinnen. Verhalen die bestaan uit herinneringen, verwachtingen en allerlei andere gedachten.
Stel je voor, je bent een grote gele kwikstaart. Je hebt jongen die gevoerd moeten worden. Er vliegt een vlieg voorbij. Snap! Wat een geluk, wat een feest! Welk verhaal zou jij erbij maken? Het kan geen toeval dat ik zomaar met drie vliegen tegelijk bij mijn jong komt – mijn jong dat nog zó onhandig is dat het gewoon uit de snavel laat vallen. Nee, die drie vliegen tegelijk zijn een teken van een lang en gelukkig leven!
Stel je voor, je bent een vlieg. Je was een beetje aan het rondvliegen en opeens: Snap! Wat voor verhaal zou je in die laatste seconde maken? Wat een rotleven. Dit is nou mijn lot. En het was al zo kort. Ik moet wel een verschrikkelijk slecht karma hebben opgelopen in mijn vorige leven…
Dingen gebeuren. Mensen maken verhalen. “Wat bijzonder dat je nu, op dit moment belt. Dat kan toch geen toeval zijn?” Toeval bestaat niet. En ook weer wel.
Ik heb het straatnaambordje overigens weer goed gedraaid.
1 Vrij naar Jan Geurtz gemengd met Douglas Adams: A hitchhiker’s guide to the galaxy.
“Als je vraagt naar gevoel, dan is er op dit moment maar één ding. Alles draait nu om de officiersopleiding die ik ga volgen bij de mariniers. Over een paar maanden begint het.
Ik heb een paar banen gehad, maar daar was ik gauw op uitgekeken. Een vriend liet de site van Defensie zien en ik wist meteen: Dit wil ik! Ik wil iets bijdragen, aan Nederland en aan vrede op de wereld.
De keuring was zwaar. Fysiek, maar ook mentaal. Ik ben er anderhalf jaar mee bezig geweest, inclusief voorbereiden en trainen. Het heeft me wel wat gekost. Onderweg ben ik een paar vrienden kwijtgeraakt, die niet konden begrijpen waarom ik er zo op gefocust was en niet meer elke week mee uit ging. Maar ik heb er nieuwe vrienden bij gekregen, nu al. Een ander type vrienden, niet gericht op plezier hebben maar op de training die gaat komen.
Het is spannend. Want de keuring was zwaar, maar binnenkort gaat het écht beginnen. En er is natuurlijk altijd een kans dat je de opleiding niet kunt voltooien. Maar ik train elke dag, en ik ben vol vertrouwen. Voor mij is dit een droom die werkelijkheid wordt.”
Het is een gouden regel bij excursies: Vertel nooit wat er niet is te ervaren. “Als u hier vorige maand was geweest, dan had u volop gezang van vogelen gehoord.” Ja lekker dan, we waren hier niet vorige maand dus eigenlijk zeg je dat het vandaag gewoon een prut-excursie is.
Ik zeg: u ziet bij dit blogje géén zwarte spechten.
Het is een gouden regel bij schrijven: Kill your darlings! Al die ideeën, zinnen, woorden die je geniaal vindt – weg ermee! Alles moet ten dienste staan van het verhaal, en overbodige ballast moet weg.
Ik had dus een geweldig idee voor dit blog. Het zou gaan over loslaten, en hoe belangrijk dat is.
Al zo’n twintig jaar mis ik het uitvliegen van spechten. Grote bonte spechten, groene spechten, zwarte spechten: ik volg ze op de voet en verheug me altijd op het moment van uitvliegen. Maar ja, dan komt het werk tussendoor en moet je ook andere nuttige dingen doen. Het dichtstbij was ik in 2012 met een groene specht die ik weken had gevolgd. ’s Ochtends zag ik de vader nog voeren, daarna moest ik even werken, en in de avond was het nest leeg. Oh, en een paar jaar later toen ik bij de zwarte spechten een leeg nest vond en opeens een jong achter me op de stam zag zitten, dat die ochtend dus was uitgevlogen.
Maar dit jaar dan! Héél stiekem hadden de zwarte spechten toch zitten broeden. Waar ze vorig jaar uitbundig roepend hun nieuwe gezin aankondigden, was het dit jaar opvallend stil. Hoewel ik bijna elke dag even kwam kijken heb ik zelfs getwijfeld óf er wel werd gebroed.
Tot deze ochtend. Zoals gebruikelijk zaten de twee jongen – jongetje en meisje – luid te krassen op de rand van het nest. Ongelooflijk, ik had het hele broeden en voeren en alles wekenlang gemist, en nu stonden ze al op het punt van uitvliegen! En het was meteen duidelijk dat het vandaag zou gebeuren.
Eindelijk, na twintig jaar, zou ik spechten zien uitvliegen. De zwarte nog wel. Zo vaak al heb ik de ouders in de buurt van het nest zien zitten roepen: ‘Kom dan, kom dan, je kunt naar buiten komen!” Meestal hadden de kinderen er nog geen zin in, en duurde het nog een paar dagen voordat het nest opeens leeg was. En nu! Op het punt van springen, en daar stond ik met mijn camera.
Ik nestelde mij tegen een boom en wachtte tot de ouders zouden komen roepen.
Toen zag ik ze. Vader en moeder zwarte specht, bij elkaar op een boom iets verderop. Rustig wachtend, kijkend naar mij. De jongen hingen uit het nest, en nu pas viel me op dat ze veel in de richting van hun ouders keken. En de ouders bleven wachten, stil.
Damn! Mijn aanwezigheid was een verstoring. In tegenstelling tot al die andere spechten in al die andere jaren zouden juist deze ouders geen geluid maken zolang ik in de buurt was. Ik stond op. Dan maar geen foto’s.
Waarom kost loslaten zoveel moeite? Waarom doe dat zo veel pijn? Het is nodig. Ouders moeten kinderen laten gaan. Kinderen moeten ouders laten gaan. Geliefden moeten elkaar laten gaan. Ik vind afscheid nemen verschrikkelijk, vooral van mensen. Maar onlangs heb ik iets ontdekt. Wat nou precies het meeste pijn doet. Dat is het afscheid nemen van alle dromen. Dromen van een toekomst samen, van de plannen die je had. Dromen in de vorm van herinneringen aan wat je samen hebt gedaan; herinneringen die een prachtige zonnige gloed krijgen. Het meest pijnlijke van afscheid nemen, is het afscheid nemen van je dromen.
Toen ik me dat realiseerde, werd het opeens veel makkelijker. Jammer dan van die spechten. Laat het maar een droom blijven om dat uitvliegen ooit te zien. Belangrijker is dat ze goed terecht komen. De volgende ochtend was het nest inderdaad leeg en hoorde ik de ouders in de omgeving roepen, bezig met hun nu vrije kinderen.
Na twintig jaar dus geen foto’s. Ook bij dit blogje géén foto’s van de zwarte spechten die uitvliegen, zelfs niet van de ouders en jongen als illustratie bij een tekst over ‘loslaten’. Die foto’s houd ik voor mijzelf, voor mijn droom. Want als ik zo bezig blijf met wat ik allemaal niet hebt, vergeet ik misschien te kijken. Zeg nou zelf, zo’n steenuil is toch ook een schatje?