“Als je vraagt naar gevoel, dan is er op dit moment maar één ding. Alles draait nu om de officiersopleiding die ik ga volgen bij de mariniers. Over een paar maanden begint het.
Ik heb een paar banen gehad, maar daar was ik gauw op uitgekeken. Een vriend liet de site van Defensie zien en ik wist meteen: Dit wil ik! Ik wil iets bijdragen, aan Nederland en aan vrede op de wereld.
De keuring was zwaar. Fysiek, maar ook mentaal. Ik ben er anderhalf jaar mee bezig geweest, inclusief voorbereiden en trainen. Het heeft me wel wat gekost. Onderweg ben ik een paar vrienden kwijtgeraakt, die niet konden begrijpen waarom ik er zo op gefocust was en niet meer elke week mee uit ging. Maar ik heb er nieuwe vrienden bij gekregen, nu al. Een ander type vrienden, niet gericht op plezier hebben maar op de training die gaat komen.
Het is spannend. Want de keuring was zwaar, maar binnenkort gaat het écht beginnen. En er is natuurlijk altijd een kans dat je de opleiding niet kunt voltooien. Maar ik train elke dag, en ik ben vol vertrouwen. Voor mij is dit een droom die werkelijkheid wordt.”
Bestaat de achterkant van de maan? Ik heb hem nog nooit gezien. De voorkant wel, die zie ik vaak en die ziet er elke dag anders uit. En elke keer moet ik er even naar kijken. Zo bijzonder, die grote bol die vlak bij ons zweeft. En als ik denk aan al die andere bollen die door het heelal zweven, dan snap ik opeens helemaal niets van de schepping. Waarom wij, waarom hier? Soms verbeeld ik me dat ik één krater, een flink grote ergens midden onder, met het blote oog kan zien. Ik heb één bijzonder scherp oog, maar toch is het zien van die krater misschien fantasie.
Maar dan die achterkant. Die heb ik nog nooit gezien. Ik neem aan dat hij bestaat want er zijn foto’s van gemaakt. En ik geloof wel dat die foto’s echt zijn. Bovendien is het inmiddels gemeengoed om aan te nemen dat de maan een bol is, en een bol heeft ook een achterkant. Ik ken de achterkant van de maan dus uit verhalen, uit foto’s en uit logisch nadenken. En toch blijft het me boeien. Hoe weet ik zeker dat iets wat ik nog nooit heb kunnen ervaren echt bestaat?
Stel je voor dat ergens in het heelal zich iets bevindt wat nooit iemand heeft waargenomen en wat nooit zal worden waargenomen, zelfs niet indirect door de invloed op iets anders. Iets wat zich in volstrekte isolatie ergens bevindt en onopgemerkt weer verdwijnt. Als het nooit wordt waargenomen, bestaat het dan?
Deze vragen heb ik jaren terug al eens gesteld. En over een tijdje kom ik er op terug, want dankzij de spirituele lessen van de afgelopen tijd vind ik ze nóg spannender…
Het is een gouden regel bij excursies: Vertel nooit wat er niet is te ervaren. “Als u hier vorige maand was geweest, dan had u volop gezang van vogelen gehoord.” Ja lekker dan, we waren hier niet vorige maand dus eigenlijk zeg je dat het vandaag gewoon een prut-excursie is.
Ik zeg: u ziet bij dit blogje géén zwarte spechten.
Het is een gouden regel bij schrijven: Kill your darlings! Al die ideeën, zinnen, woorden die je geniaal vindt – weg ermee! Alles moet ten dienste staan van het verhaal, en overbodige ballast moet weg.
Ik had dus een geweldig idee voor dit blog. Het zou gaan over loslaten, en hoe belangrijk dat is.
Al zo’n twintig jaar mis ik het uitvliegen van spechten. Grote bonte spechten, groene spechten, zwarte spechten: ik volg ze op de voet en verheug me altijd op het moment van uitvliegen. Maar ja, dan komt het werk tussendoor en moet je ook andere nuttige dingen doen. Het dichtstbij was ik in 2012 met een groene specht die ik weken had gevolgd. ’s Ochtends zag ik de vader nog voeren, daarna moest ik even werken, en in de avond was het nest leeg. Oh, en een paar jaar later toen ik bij de zwarte spechten een leeg nest vond en opeens een jong achter me op de stam zag zitten, dat die ochtend dus was uitgevlogen.
Maar dit jaar dan! Héél stiekem hadden de zwarte spechten toch zitten broeden. Waar ze vorig jaar uitbundig roepend hun nieuwe gezin aankondigden, was het dit jaar opvallend stil. Hoewel ik bijna elke dag even kwam kijken heb ik zelfs getwijfeld óf er wel werd gebroed.
Tot deze ochtend. Zoals gebruikelijk zaten de twee jongen – jongetje en meisje – luid te krassen op de rand van het nest. Ongelooflijk, ik had het hele broeden en voeren en alles wekenlang gemist, en nu stonden ze al op het punt van uitvliegen! En het was meteen duidelijk dat het vandaag zou gebeuren.
Eindelijk, na twintig jaar, zou ik spechten zien uitvliegen. De zwarte nog wel. Zo vaak al heb ik de ouders in de buurt van het nest zien zitten roepen: ‘Kom dan, kom dan, je kunt naar buiten komen!” Meestal hadden de kinderen er nog geen zin in, en duurde het nog een paar dagen voordat het nest opeens leeg was. En nu! Op het punt van springen, en daar stond ik met mijn camera.
Ik nestelde mij tegen een boom en wachtte tot de ouders zouden komen roepen.
Toen zag ik ze. Vader en moeder zwarte specht, bij elkaar op een boom iets verderop. Rustig wachtend, kijkend naar mij. De jongen hingen uit het nest, en nu pas viel me op dat ze veel in de richting van hun ouders keken. En de ouders bleven wachten, stil.
Damn! Mijn aanwezigheid was een verstoring. In tegenstelling tot al die andere spechten in al die andere jaren zouden juist deze ouders geen geluid maken zolang ik in de buurt was. Ik stond op. Dan maar geen foto’s.
Waarom kost loslaten zoveel moeite? Waarom doe dat zo veel pijn? Het is nodig. Ouders moeten kinderen laten gaan. Kinderen moeten ouders laten gaan. Geliefden moeten elkaar laten gaan. Ik vind afscheid nemen verschrikkelijk, vooral van mensen. Maar onlangs heb ik iets ontdekt. Wat nou precies het meeste pijn doet. Dat is het afscheid nemen van alle dromen. Dromen van een toekomst samen, van de plannen die je had. Dromen in de vorm van herinneringen aan wat je samen hebt gedaan; herinneringen die een prachtige zonnige gloed krijgen. Het meest pijnlijke van afscheid nemen, is het afscheid nemen van je dromen.
Toen ik me dat realiseerde, werd het opeens veel makkelijker. Jammer dan van die spechten. Laat het maar een droom blijven om dat uitvliegen ooit te zien. Belangrijker is dat ze goed terecht komen. De volgende ochtend was het nest inderdaad leeg en hoorde ik de ouders in de omgeving roepen, bezig met hun nu vrije kinderen.
Na twintig jaar dus geen foto’s. Ook bij dit blogje géén foto’s van de zwarte spechten die uitvliegen, zelfs niet van de ouders en jongen als illustratie bij een tekst over ‘loslaten’. Die foto’s houd ik voor mijzelf, voor mijn droom. Want als ik zo bezig blijf met wat ik allemaal niet hebt, vergeet ik misschien te kijken. Zeg nou zelf, zo’n steenuil is toch ook een schatje?
“Toen ik een jaar of elf was, ging ik met mijn vader voor het eerst naar een grote film: Jurassic Park. Deze film van Steven Spielberg heeft me nooit meer losgelaten. Het verhaal had zoveel wat me aansprak: dieren, de natuur, het avontuur en hoe alles op aarde, in de schepping met elkaar samenhangt. Het vormde ook het begin van twee dromen: zoöloog worden en films maken.
Inmiddels heb ik zelf mogen meewerken aan filmproducties en ook twee korte films gemaakt. Een trailer van één van de films is hier te zien:
Voor een stage mocht ik naar Los Angeles afreizen en daar heb ik uiteraard een bezoek gebracht aan Hollywood. Een aparte wereld. Momenteel vertaal ik een boekenreeks van een scenarioschrijver uit LA. Later maakte ik kennis met Ariana Richards, die Lex Murphy speelde in Jurassic Park. Tegenwoordig is ze portretschilder. Ze heeft mijn nichtjes geschilderd, de dochters van mijn zus.
En vandaag zit ik dan in die oude jongensdroom. Mijn eigen scène uit Jurassic Park! En ja, voor de kenners, het is wel een mengeling van Jurassic Park, Jurassic Park III en Jurassic World…”
Zin om te shoppen? Dat kan! Ik ben enorm trots dat ik vandaag mijn eerste winkel kan openen. Op de nieuwe pagina Shop kunt u kiezen tussen kunstwerken met een bijzondere emotionele of artistieke waarde die in een beperkte oplage door mijzelf worden verkocht, of werk waarvan de verkoop wordt geregeld via Werk aan de Muur. In alle gevallen kiest u de uitvoering die het best bij u past: het formaat en ook het medium waarop wordt gedrukt (bijvoorbeeld papier, canvas, aluminium of perspex).
Alleen het beste
Alleen de allerbeste foto’s van de allerbeste kwaliteit krijgen een plekje in de winkel. Zodat u met een gerust hart de foto desnoods billboard – formaat kunt laten afdrukken. En mocht u niet vinden wat u zoekt of foto’s willen gebruiken voor andere doelen, aarzel dan niet om een berichtje te sturen.
Kijk gerust even rond in de Shop. Ik ben benieuwd wat u ervan vindt!
(de foto hierboven staat bij Werk aan de Muur, getiteld ‘Oude westen in nieuw Nederland’. Het lijkt een tafereel uit het oude westen, maar het is Nederland. Heckrunderen op de Hellegatsplaten)
Drie uur ’s nachts werd ik alweer wakker. En vier uur. En vijf uur. Mijn ledematen begonnen er genoeg van te krijgen om nog langer te blijven liggen, en om zes uur stond ik maar op. Ik zag dat er buiten een prachtige ochtend was begonnen.
Ge-wel-dig! Nog geen mens op straat, helemaal alleen tussen de zingende puttertjes, kneutjes en kijk daar, een gekraagde roodstaart! Ik ademde de geurige lucht met volle teugen.
Ik had in bed kunnen blijven liggen en mezelf heel erg zielig kunnen vinden dat ik niet kon slapen. Maar wat een geweldige ochtend heeft dat niet-kunnen-slapen opgeleverd. Dus wat een geluk eigenlijk dat ik niet had kunnen slapen!
Dat is wat je kunt vinden, daar op de bodem van je diepe dal. Dat is wat al die goeroes daar ook hebben gevonden. Het nieuwe leven. Er ís helemaal geen diep dal. Er is alleen maar jouw beleving van een diep dal
Je bent op de bodem. Dieper kan niet. En daar ontstaat het nieuwe leven.
Ik blijf me er over verbazen. Hoe bijzonder is het dat uit wat mineralen en wat vocht – behoorlijk levenloze zaken toch – opeens iets levends kan ontstaan. Iets wat de voedingsstoffen opslurpt en cellen gaat vormen, structuren die naar beneden en naar boven groeien, die licht omzetten in een kracht waarmee atomen en moleculen op een andere manier worden geordend zodat er een boom ontstaat. Bevatten die mineralen en dat vocht misschien ook iets van een levensenergie? Alles is energie, heb ik geleerd. Zelfs materie, zelfs moleculen en atomen bestaan alleen maar uit energie. Zwaartekracht, massa, de keiharde oppervlakte van een rots: op quantumniveau is er alleen maar kracht en energie.
Leven. Zomaar op deze eenzame planeet die door het koude heelal zwerft. Zomaar in het diepste dal waarin je je kunt bevinden…
Allemaal vertellen ze hetzelfde verhaal. In andere woorden, of misschien vanuit een ander gezichtspunt. Eckhart Tolle over de Kracht van het Nu. Byron Katie met haar vier vragen die je leven veranderen. Jan Geurtz over de verslaving aan denken en vinden van je ware zelf. Hans Knibbe over de vrije en pure dimensie van Zijn. Jelle Hermus over Leven met de wind mee. De Dalai Lama over wijsheid voor de moderne wereld. Deze week ontving ik prachtige oude lezingen van Alan Watts; hetzelfde verhaal. De beginselen zag ik terug in de Emotionally Focused Therapy van Sue Johnson, en in de Geweldloze communicatie van Marshall Rosenberg. Is het waar wat je denkt?
Flashback. Twee april. Redeloze woede raast in mij. Als het leven een film was, zou ik superkrachten krijgen en alles in puin slaan, in vuur en vlam zetten. Emoties, gevoel dat ik juist gisteren terug heb gevonden kan nu geen kant op. Woede, alles moet kapot!
Het is grote onzin. Ik weet het. Maar stop het nu eens niet weg. Voel het, net als vroeger, doorleef het, weet dat het onzin is maar laat de energie stromen. Duistere energie, vernietigende energie, maar hoe dan ook energie. Laat stromen, zie hoe het stroomt, voel hoe het stroomt.
Neem de tijd om deze storm te laten uitwoeden, alles te laten vernietigen. Pas als de grond is zwartgeblakerd, kijk dan of er nieuw leven ontstaat…
“Ken je het boek Heidense heiligdommen van Judith Schuyf? Een prachtig boek dat oude heilige plekken beschrijft, zoals bomen, heuvels en waterbronnen. Als je dat lees, loopt je als het ware door dat oude landschap met al die heilige plaatsen.
Ik heb zelf zo’n heiligdom gemaakt: een altaar langs de weg. Een straatbieb waarin ik al mijn oude boeken leg. Hij wordt veel gebruikt. Mensen brengen boeken die ze niet meer willen, en halen er weer nieuwe boeken op. Boeken over zelfhulp zitten er altijd bij. En boeken over seks, die ook altijd. Dat is heel bijzonder. Sommige mensen willen van zo’n boek af, en leggen dat graag in het biebje. Misschien is er iemand overleden of hebben ze het niet meer nodig. Dan is het afleggen van dat boek een soort rituele reiniging; het is tijd dat ik dit boek, dat ooit iets voor mij heeft betekent, doorgeef aan een ander voor wie het wat kan betekenen. En andere mensen vinden dat boek dan daar. Het is het doorgeven van betekenis in de vorm van een boek. Zelf zouden ze dat misschien nooit in een winkel kopen, dat geeft te veel schaamte. Maar ja, als ze zo’n boek in het biebje vinden, dan is het eigenlijk de wil van een Hogere Macht of van het Universum dat ze dat daar tegenkomen. En dan mogen ze het wel een goed thuis geven. Een ritueel ontvangen, als het ware.
Dat is precies wat een altaar is: een plek waar je kunt praten met God of de Goden, en dan een goed gevoel krijgt. De een legt iets af, de ander ontvangt iets. Mijn straatbieb heeft de vorm van een huisje. Net als de straatkapelletjes die je in het landschap vindt. Mijn eigen kleine altaar…”