“Ik zou wel weer eens hopeloos verliefd willen worden, zoals op de middelbare school. Dat je het voelt in elke cel van je lichaam, dat je hele lichaam gaat bruisen. Er is iets met verliefdheid waar je op dat moment behoefte aan hebt. Die andere roept een gevoel op dat je nodig hebt, bijvoorbeeld een gevoel van thuiskomen. Het moet wel een verliefdheid zijn voor langere tijd, en niet dat na een tijdje die roze bril verdwijnt en blijkt dat je eigenlijk helemaal niet bij elkaar past.
Zien is belangrijk. Als je mensen voor het eerst ziet, weet je op de een of andere manier meteen of er een verbinding is of niet. Aan de andere kant: als je langzaam van iemand gaat houden, dan zie je steeds meer de mooie dingen in iemand en is zien helemaal niet meer belangrijk.
Ik denk dat iedereen behoefte heeft aan verbinding. Dat je iets samen hebt van waaruit je richting kunt geven aan je leven. Een plek waar je ook een stuk vrijheid hebt. Een vrije geest laat zich niet beknotten. Die zal vragen blijven stellen en nieuwe dingen willen ontdekken. Ik denk dat jij ook zo’n vrije geest bent. Nieuwsgierig …”
Onlangs gebeurde het weer. Precies toen mijn leven op zijn kop stond en ik in een haviksei zat te staren om een glimp van de toekomst te zien, belde iemand.
“Hoe is het met je?”
“Dat zal ik straks vertellen,” antwoordde ik “Eerst moet je vertellen waarom je me juist nu belt. Ik wil dat weten. Is het toeval?”
“Ik geloof niet in toeval…”
Dingen gebeuren. De zon komt op, er vliegt een vlinder door de tuin en het straatnaambordje is per ongeluk de verkeerde kant op gedraaid. Of expres, door balorige jongeren die zouden schaterlachen als ze wisten van al die voorbijgangers in verwarring raakten.
Ik ben een dromer, een romanticus, en in mijn wereld gebeuren dingen niet zomaar. Ik houd van magisch denken. Dat straatnaambordje gaat er vast eens toe leiden dat een bevallige dame op de fiets bij mij aanbelt om de weg te vragen, waarna we lang en gelukkig samen verder leven. Die vlinder gaat vast eitjes leggen, en volgend seizoen zal ik de eitjes vinden en fotograferen, de rupsjes met mijn camera volgen tot ze zich verpoppen en er een nieuwe vlinder uitvliegt. En met die fotoserie wordt natuurlijk een prijswinnaar. En de zon… dat weet ik nog even niet, maar in mijn wereld komt de zon ook op speciaal voor mij, bestaat de achterkant van de maan alleen voor mij zodat ik daarover kan nadenken. Ik ben de Koning van mijn wereld.
Dingen gebeuren. Mensen zien dingen, horen dingen, voelen dingen en geven betekenis aan al die ervaringen. Een stofje op de tafel wordt opeens – oh oh, het is hier best wel stoffig. Ik moet hoognodig weer eens stofzuigen maar ik heb daar echt geen tijd meer voor nu. Maar ja , als ik het nu niet doe dan loop ik morgen weet te niezen. Hè jakkes, alleen al bij de gedachte krijg ik jeuk aan mijn neus. Zou dat ook door het stof komen, of is het misschien een schimmelinfectie of misschien wel een allergie, stel je voor dat ik allergisch ben geworden dan moet ik vast andere gordijnen en alle kleden van de vloer wegdoen en een ander bankstel, zo een van leer die zo koud zijn, waar ga ik dat van betalen allemaal?
…. het was een stofje, maar voor je het weet zit je met je gedachten in Tokyo.
Alles krijgt betekenis. Als baby leer je al heel snel dat er een rare ervaring is die ‘zien’ wordt genoemd en dat er een regelmaat in die ervaring zit: als er twee vlekken verschijnen die je maar even voor het gemak ‘ogen’ noemt, dan krijg je kort daarna iets toegestopt in wat je voor het gemak maar even ‘mond’ zal noemen, dat lijkt wel een goede term: mond, en dan geeft dat even later een enorm weldadig gevoel door…. vooruit, noem het je lichaam1. Ervaringen krijgen namen, en die namen maken dat je er een verhaal over kunt verzinnen. Verhalen die bestaan uit herinneringen, verwachtingen en allerlei andere gedachten.
Stel je voor, je bent een grote gele kwikstaart. Je hebt jongen die gevoerd moeten worden. Er vliegt een vlieg voorbij. Snap! Wat een geluk, wat een feest! Welk verhaal zou jij erbij maken? Het kan geen toeval dat ik zomaar met drie vliegen tegelijk bij mijn jong komt – mijn jong dat nog zó onhandig is dat het gewoon uit de snavel laat vallen. Nee, die drie vliegen tegelijk zijn een teken van een lang en gelukkig leven!
Stel je voor, je bent een vlieg. Je was een beetje aan het rondvliegen en opeens: Snap! Wat voor verhaal zou je in die laatste seconde maken? Wat een rotleven. Dit is nou mijn lot. En het was al zo kort. Ik moet wel een verschrikkelijk slecht karma hebben opgelopen in mijn vorige leven…
Dingen gebeuren. Mensen maken verhalen. “Wat bijzonder dat je nu, op dit moment belt. Dat kan toch geen toeval zijn?” Toeval bestaat niet. En ook weer wel.
Ik heb het straatnaambordje overigens weer goed gedraaid.
1 Vrij naar Jan Geurtz gemengd met Douglas Adams: A hitchhiker’s guide to the galaxy.
“Als je vraagt naar gevoel, dan is er op dit moment maar één ding. Alles draait nu om de officiersopleiding die ik ga volgen bij de mariniers. Over een paar maanden begint het.
Ik heb een paar banen gehad, maar daar was ik gauw op uitgekeken. Een vriend liet de site van Defensie zien en ik wist meteen: Dit wil ik! Ik wil iets bijdragen, aan Nederland en aan vrede op de wereld.
De keuring was zwaar. Fysiek, maar ook mentaal. Ik ben er anderhalf jaar mee bezig geweest, inclusief voorbereiden en trainen. Het heeft me wel wat gekost. Onderweg ben ik een paar vrienden kwijtgeraakt, die niet konden begrijpen waarom ik er zo op gefocust was en niet meer elke week mee uit ging. Maar ik heb er nieuwe vrienden bij gekregen, nu al. Een ander type vrienden, niet gericht op plezier hebben maar op de training die gaat komen.
Het is spannend. Want de keuring was zwaar, maar binnenkort gaat het écht beginnen. En er is natuurlijk altijd een kans dat je de opleiding niet kunt voltooien. Maar ik train elke dag, en ik ben vol vertrouwen. Voor mij is dit een droom die werkelijkheid wordt.”
Het is een gouden regel bij excursies: Vertel nooit wat er niet is te ervaren. “Als u hier vorige maand was geweest, dan had u volop gezang van vogelen gehoord.” Ja lekker dan, we waren hier niet vorige maand dus eigenlijk zeg je dat het vandaag gewoon een prut-excursie is.
Ik zeg: u ziet bij dit blogje géén zwarte spechten.
Het is een gouden regel bij schrijven: Kill your darlings! Al die ideeën, zinnen, woorden die je geniaal vindt – weg ermee! Alles moet ten dienste staan van het verhaal, en overbodige ballast moet weg.
Ik had dus een geweldig idee voor dit blog. Het zou gaan over loslaten, en hoe belangrijk dat is.
Al zo’n twintig jaar mis ik het uitvliegen van spechten. Grote bonte spechten, groene spechten, zwarte spechten: ik volg ze op de voet en verheug me altijd op het moment van uitvliegen. Maar ja, dan komt het werk tussendoor en moet je ook andere nuttige dingen doen. Het dichtstbij was ik in 2012 met een groene specht die ik weken had gevolgd. ’s Ochtends zag ik de vader nog voeren, daarna moest ik even werken, en in de avond was het nest leeg. Oh, en een paar jaar later toen ik bij de zwarte spechten een leeg nest vond en opeens een jong achter me op de stam zag zitten, dat die ochtend dus was uitgevlogen.
Maar dit jaar dan! Héél stiekem hadden de zwarte spechten toch zitten broeden. Waar ze vorig jaar uitbundig roepend hun nieuwe gezin aankondigden, was het dit jaar opvallend stil. Hoewel ik bijna elke dag even kwam kijken heb ik zelfs getwijfeld óf er wel werd gebroed.
Tot deze ochtend. Zoals gebruikelijk zaten de twee jongen – jongetje en meisje – luid te krassen op de rand van het nest. Ongelooflijk, ik had het hele broeden en voeren en alles wekenlang gemist, en nu stonden ze al op het punt van uitvliegen! En het was meteen duidelijk dat het vandaag zou gebeuren.
Eindelijk, na twintig jaar, zou ik spechten zien uitvliegen. De zwarte nog wel. Zo vaak al heb ik de ouders in de buurt van het nest zien zitten roepen: ‘Kom dan, kom dan, je kunt naar buiten komen!” Meestal hadden de kinderen er nog geen zin in, en duurde het nog een paar dagen voordat het nest opeens leeg was. En nu! Op het punt van springen, en daar stond ik met mijn camera.
Ik nestelde mij tegen een boom en wachtte tot de ouders zouden komen roepen.
Toen zag ik ze. Vader en moeder zwarte specht, bij elkaar op een boom iets verderop. Rustig wachtend, kijkend naar mij. De jongen hingen uit het nest, en nu pas viel me op dat ze veel in de richting van hun ouders keken. En de ouders bleven wachten, stil.
Damn! Mijn aanwezigheid was een verstoring. In tegenstelling tot al die andere spechten in al die andere jaren zouden juist deze ouders geen geluid maken zolang ik in de buurt was. Ik stond op. Dan maar geen foto’s.
Waarom kost loslaten zoveel moeite? Waarom doe dat zo veel pijn? Het is nodig. Ouders moeten kinderen laten gaan. Kinderen moeten ouders laten gaan. Geliefden moeten elkaar laten gaan. Ik vind afscheid nemen verschrikkelijk, vooral van mensen. Maar onlangs heb ik iets ontdekt. Wat nou precies het meeste pijn doet. Dat is het afscheid nemen van alle dromen. Dromen van een toekomst samen, van de plannen die je had. Dromen in de vorm van herinneringen aan wat je samen hebt gedaan; herinneringen die een prachtige zonnige gloed krijgen. Het meest pijnlijke van afscheid nemen, is het afscheid nemen van je dromen.
Toen ik me dat realiseerde, werd het opeens veel makkelijker. Jammer dan van die spechten. Laat het maar een droom blijven om dat uitvliegen ooit te zien. Belangrijker is dat ze goed terecht komen. De volgende ochtend was het nest inderdaad leeg en hoorde ik de ouders in de omgeving roepen, bezig met hun nu vrije kinderen.
Na twintig jaar dus geen foto’s. Ook bij dit blogje géén foto’s van de zwarte spechten die uitvliegen, zelfs niet van de ouders en jongen als illustratie bij een tekst over ‘loslaten’. Die foto’s houd ik voor mijzelf, voor mijn droom. Want als ik zo bezig blijf met wat ik allemaal niet hebt, vergeet ik misschien te kijken. Zeg nou zelf, zo’n steenuil is toch ook een schatje?
“Toen ik een jaar of elf was, ging ik met mijn vader voor het eerst naar een grote film: Jurassic Park. Deze film van Steven Spielberg heeft me nooit meer losgelaten. Het verhaal had zoveel wat me aansprak: dieren, de natuur, het avontuur en hoe alles op aarde, in de schepping met elkaar samenhangt. Het vormde ook het begin van twee dromen: zoöloog worden en films maken.
Inmiddels heb ik zelf mogen meewerken aan filmproducties en ook twee korte films gemaakt. Een trailer van één van de films is hier te zien:
Voor een stage mocht ik naar Los Angeles afreizen en daar heb ik uiteraard een bezoek gebracht aan Hollywood. Een aparte wereld. Momenteel vertaal ik een boekenreeks van een scenarioschrijver uit LA. Later maakte ik kennis met Ariana Richards, die Lex Murphy speelde in Jurassic Park. Tegenwoordig is ze portretschilder. Ze heeft mijn nichtjes geschilderd, de dochters van mijn zus.
En vandaag zit ik dan in die oude jongensdroom. Mijn eigen scène uit Jurassic Park! En ja, voor de kenners, het is wel een mengeling van Jurassic Park, Jurassic Park III en Jurassic World…”
Zin om te shoppen? Dat kan! Ik ben enorm trots dat ik vandaag mijn eerste winkel kan openen. Op de nieuwe pagina Shop kunt u kiezen tussen kunstwerken met een bijzondere emotionele of artistieke waarde die in een beperkte oplage door mijzelf worden verkocht, of werk waarvan de verkoop wordt geregeld via Werk aan de Muur. In alle gevallen kiest u de uitvoering die het best bij u past: het formaat en ook het medium waarop wordt gedrukt (bijvoorbeeld papier, canvas, aluminium of perspex).
Alleen het beste
Alleen de allerbeste foto’s van de allerbeste kwaliteit krijgen een plekje in de winkel. Zodat u met een gerust hart de foto desnoods billboard – formaat kunt laten afdrukken. En mocht u niet vinden wat u zoekt of foto’s willen gebruiken voor andere doelen, aarzel dan niet om een berichtje te sturen.
Kijk gerust even rond in de Shop. Ik ben benieuwd wat u ervan vindt!
(de foto hierboven staat bij Werk aan de Muur, getiteld ‘Oude westen in nieuw Nederland’. Het lijkt een tafereel uit het oude westen, maar het is Nederland. Heckrunderen op de Hellegatsplaten)
Je bent op de bodem. Dieper kan niet. En daar ontstaat het nieuwe leven.
Ik blijf me er over verbazen. Hoe bijzonder is het dat uit wat mineralen en wat vocht – behoorlijk levenloze zaken toch – opeens iets levends kan ontstaan. Iets wat de voedingsstoffen opslurpt en cellen gaat vormen, structuren die naar beneden en naar boven groeien, die licht omzetten in een kracht waarmee atomen en moleculen op een andere manier worden geordend zodat er een boom ontstaat. Bevatten die mineralen en dat vocht misschien ook iets van een levensenergie? Alles is energie, heb ik geleerd. Zelfs materie, zelfs moleculen en atomen bestaan alleen maar uit energie. Zwaartekracht, massa, de keiharde oppervlakte van een rots: op quantumniveau is er alleen maar kracht en energie.
Leven. Zomaar op deze eenzame planeet die door het koude heelal zwerft. Zomaar in het diepste dal waarin je je kunt bevinden…
“Ken je het boek Heidense heiligdommen van Judith Schuyf? Een prachtig boek dat oude heilige plekken beschrijft, zoals bomen, heuvels en waterbronnen. Als je dat lees, loopt je als het ware door dat oude landschap met al die heilige plaatsen.
Ik heb zelf zo’n heiligdom gemaakt: een altaar langs de weg. Een straatbieb waarin ik al mijn oude boeken leg. Hij wordt veel gebruikt. Mensen brengen boeken die ze niet meer willen, en halen er weer nieuwe boeken op. Boeken over zelfhulp zitten er altijd bij. En boeken over seks, die ook altijd. Dat is heel bijzonder. Sommige mensen willen van zo’n boek af, en leggen dat graag in het biebje. Misschien is er iemand overleden of hebben ze het niet meer nodig. Dan is het afleggen van dat boek een soort rituele reiniging; het is tijd dat ik dit boek, dat ooit iets voor mij heeft betekent, doorgeef aan een ander voor wie het wat kan betekenen. En andere mensen vinden dat boek dan daar. Het is het doorgeven van betekenis in de vorm van een boek. Zelf zouden ze dat misschien nooit in een winkel kopen, dat geeft te veel schaamte. Maar ja, als ze zo’n boek in het biebje vinden, dan is het eigenlijk de wil van een Hogere Macht of van het Universum dat ze dat daar tegenkomen. En dan mogen ze het wel een goed thuis geven. Een ritueel ontvangen, als het ware.
Dat is precies wat een altaar is: een plek waar je kunt praten met God of de Goden, en dan een goed gevoel krijgt. De een legt iets af, de ander ontvangt iets. Mijn straatbieb heeft de vorm van een huisje. Net als de straatkapelletjes die je in het landschap vindt. Mijn eigen kleine altaar…”
Ondertussen staren mij van alle kanten ogen aan. De wereld is interpretatie, en wat is de interpretatie van al die ogen? De kleine bonte specht werkt aan een nieuw hol, kijkt even op en besluit dat ik ongevaarlijk ben. Hij hakt door.
De zwarte specht heeft geen boodschap aan mij. Hij zit op de eieren en vraagt zich alleen maar af wanneer zijn partner komt om hem af te lossen.
De grote bonte specht…
Ai…! Ik hoor een plof naast me, een vage kreet en zie een schim opvliegen. De grote bonte specht zat naast me op de grond, en heeft vermoedelijk al zijn aandacht bij mij gehad toen ik langsliep. Een fatale fout. Had hij geweten dat ik geen bedreiging voor hem was, dan had hij misschien het échte gevaar gezien dat van achter op hem neerdaalde. Deze interpretatie heeft hem zijn leven gekost. Op een tak doodt de sperwer het tegenstribbelende dier en vliegt er daarna mee weg.
Het ree dan! Een prachtige spitser, in de kracht van zijn leven. Op de heenweg loopt hij argeloos langs zonder mij te zien. Ruim een uur later hoor ik achter me iets ritselen. De zon is juist onder, en als ik me omdraai ziet hij me deze keer wel. Hij staat stil, zich afvragend hoe hij mij moet interpreteren. Dan besluit hij dat hij zijn hindes moet waarschuwen, die met de kinderen in het bos lopen. Luid blaffend snelt hij weg.
Als laatste komt de das. Ook een zwerver – van al deze dieren voel ik me het meest verwant met de das. Hij ziet niet zoveel, maar interpreteert zijn wereld door te ruiken. Het is een kalme avond voor hem. Hij gaat even naar de toilet en begint dan rustig aan zijn nachtelijke tocht.
Waar ik ook kijk, overal is zó veel te zien! Wat een onvoorstelbare rijkdom. Zo veel moois, zo veel wonderen! ‘Ontroering is jouw emotie,’ zei een vriendin. Ze heeft gelijk, ik ben een en al ontroering en dankbaar dat ik zo mag genieten van mijn interpretatie van de wereld.
Hij is uit! De serie boeken met de mooiste fotolocaties van PixFactory. Veel fotografen hebben meegewerkt aan deze serie, en het resultaat is geweldig. Ik heb twee gebieden onder mijn hoede genomen (mijn oude liefde Schothorst en mijn nieuwe liefde Einde Gooi) en samen met Hans Brongers de Stulp, plus nog een enkele foto hier en daar. Heerlijk om buiten te zijn, te genieten van zoveel moois en dat dan te kunnen delen met iedereen. En komend jaar dan maar al die andere gebieden bezoeken 😊