50. Lichtheid

Als je het eenmaal ziet, kun je het nooit meer niet zien. Jij maakt jouw verhalen, uit jouw verleden, jouw toekomst en jouw wereldbeeld. Veel van die verhalen ontstaan spontaan uit emoties of langsvliegende gedachten. Ga maar na: Wat komt er in je op bij het woord: ‘wijn’?

Misschien denk je aan dineren of uitgaan. ‘Lekker!’ of ‘Jakkes!’, al naar gelang je wel of niet van wijn houdt. De laatste vakantie, een alcoholverslaving, die vlek in je jurk of ‘Oh da’s waar, ik moet nog even wat wijn kopen voor dit weekeinde’. Iedereen heeft eigen ervaringen, emoties en gedachten bij het woord ‘wijn’.

Emoties en gedachten worden in je brein razendsnel omgevormd tot verhalen. Dat heb je geleerd als baby en als kind, en daar ben je een meester in geworden. In spirituele stromingen wordt wel gesproken over de ‘vergissing’: we denken dat wat we denken ook werkelijk wáár is. Of dat wat we zien, ook werkelijk waar is. In ‘Vier vragen die je leven veranderen’ heeft Byron Katie daar een leuke aanpak voor bedacht. Iedereen die haar een kwestie voorlegt over iets dat hen beknelt of dwars zit, stelt ze vier vragen. De eerste: “Is wat je denkt echt waar?” De meeste mensen zijn in het begin stellig overtuigd van hun waarheid en verdedigen die vol vuur. Dan komt de tweede vraag: “Kun je er absoluut 100% zeker van zijn dat wat je denkt, waar is?” Dan begint de twijfel toe te slaan. Komen er nuances en meningen: “Ja maar als dit en dat of zus en zo, dan vind je toch ook wel dat ik gelijk heb?”

Daarna komt de derde vraag: “Wie zou je zijn zonder die gedachte?” Iedereen reageert hetzelfde: Zonder die beklemmende gedachte zou ik vrij zijn! Zorgeloos, licht! En dan komt de afmaker: “Wat houdt je tegen om die beklemmende gedachte los te laten?”

Jijzelf. Jouw gedachten, jouw verhalen, jouw meningen. Jij kiest of je ze wilt geloven of niet.

48. Het is maar een verhaal…

“Bestaat de achterkant van de maan?” vroeg ik me eerder af. En ik zou daar later nog op terugkomen. Nu lijkt me wel een mooi moment, want ik heb afgelopen nacht tot 3 uur ‘s nachts op de Veluwe gestaan en gelegen om de Perseïden te zien. De stofwolk die is achtergelaten door komeet Swift-Tuttle, en die elk jaar een prachtig spektakel aan de hemel oplevert. Natuurlijk komen de mooiste en de helderste meteoren precies aan de hemel op de plek waar je camera dat moment niet op staat gericht, maar dat is niet erg. Ik heb tientallen wensen kunnen doen en ook nog wat wensen voor iemand anders meegestuurd, dus ik ben meer dan tevreden met de kleine streepjes op het beeld. Als bonus vond ik op de foto’s bij toeval ook nog de Andromeda nevel, het nabije sterrenstelsel en het enige object buiten ons eigen zonnestelsel dat gewoon met het blote oog is war te nemen. Ik ga daar binnenkort nog eens wat grondiger naar kijken, maar eerst dus die achterkant van de maan.

Nog even alles op een rij. Ik had dus dat paasei vol verhalen en vroeg me af: Zal ik het doen of niet, deze virtuele reis ondernemen? Ik ben op pad gegaan, niet wetend wat ik zou tegenkomen. Talloze mensen heb ik gesproken, met allemaal hun eigen persoonlijke verhalen over dromen, verwachtingen en worstelingen. Ik bereikte de bodem, waar in de diepste diepte nieuw leven bleek te ontstaan en een nieuwe dag aanbrak. Ik leerde over het loslaten van het oude. En vroeg me af of iets wat nooit zou worden waargenomen wel echt zou bestaan. Andersom, iets wat wel wordt waargenomen, bestaat onvermijdelijk uit verhalen, wat mij de koning van de wereld maakte. Ik rustte uit in Chateau Valogne, waar een geest uit het verleden doolde. En op de terugweg zag ik hoe elk monster dat mij ooit angst had aangejaagd of ooit nog zou proberen angst aan te jagen, niets anders was dan ikzelf.

Dit is de essentie. Alles bestaat uit verhalen. Wijzelf, onze wereld, alles wat we kennen en alles wat we denken: het zijn verhalen. Ga maar na: U weet dat de achterkant van de maan bestaat, dat de Perseïden bestaan, dat de Andromeda nevel bestaat. Of dichterbij: u weet dat de Himalaya bestaat of het SARS-CoV-2 virus… nou nee, laten we die nou niet nemen. Een ander: het influenzavirus dat griep veroorzaakt.

Hoe weet u dat al die dingen bestaan? De Himalaya: Heeft u die met eigen ogen gezien? En de achterkant van de maan? Dat virus? Hoe weet u dat Buenos Aires bestaat,  dat er dinosauriërs hebben rondgelopen en dat Nelson Mandela bestond? Oh ja, da’s waar ook; ik heb Nelson gezien in Amsterdam. Maar dan nog: er blijven enorm veel dingen over waarvan ik weet dat ze bestaan louter en alleen omdat ik er foto’s van heb gezien, verhalen over heb gehoord, boeken over heb gelezen. Eigenlijk bestaat het grootste deel van wat ik denk te weten over de wereld, het universum, over mijzelf en over de Perseïden, alleen maar uit verhalen in mijn gedachten.

“Hoe weet ik zeker dat iets wat ik nog nooit heb kunnen ervaren echt bestaat?” vroeg ik me bij de maan af. Het wordt nog veel leuker. Want als alles alleen maar bestaat uit verhalen, hoe weet je dan überhaupt of er iets echt kan bestaan?

47. Monsters

En zo ging de week in chateau Valogne voorbij. Instructie van Jan Geurtz, mediteren, wandelen en genieten van het natuurschoon en de gesprekken met anderen. Ik verbaasde me over het gemak waarmee dit nieuwe ritme en deze nieuwe omgeving deel van mij werden. Alsof het altijd al zo geweest was. Alleen die geest uit het verleden, die liet me niet los. Wat maakte dat ook hij zich weer liet zien in dit kasteel? Wat kwam hij vertellen?

Ik was niet de enige. Ook de anderen kwamen met hun geesten, verhalen en boodschappenlijstjes. Ik kreeg er de vinger niet achter, ondanks alle gesprekken en meditaties. Totdat de dag kwam dat ik weer in de auto stapte om afscheid te nemen van deze heerlijke plek, een tikje weemoedig.

Voor de lange reis terug greep ik een willekeurige CD die ik nog niet had beluisterd. U2. All that you can’t leave behind. Verdraaid zeg. Daar hadden we dan in dat kasteel gezeten, met allerlei zaken die we niet achter ons hadden kunnen laten. Geesten uit het verleden.

Bono zong. It’s a beautiful day!
Ja, ondanks het vertrek was het een prachtige dag. Vandaag keerde ik huiswaarts met nieuwe inspiratie. Don’t let it get away.

Het tweede nummer klonk. You’ve got to get yourself together. Your’s stuck in a moment you can’t get out. Nou moe! Daar was deze hele week over gegaan. Hoe je wordt meegesleurd door je gedachten, en daar soms niet uit kunt komen. You are such a fool, to worry like you do. Natuurlijk!

Elevation kwam. Verheffing. Alsof de muziek deze week nog eens samenvatte. En daarna Walk on! Ga door. Geef niet op. Leave it behind. You’ve got to leave it behind!

Alles kwam samen. Dit was de boodschap. De geest uit het verleden was ik zelf. Het kasteel, de mensen, dit hele verblijf was ik zelf. En elk monster dat mij ooit angst had aangejaagd of ooit nog zou proberen angst aan te jagen, was niets anders dan ikzelf. Want ik ben de Koning van de Wereld. Mijn wereld.

Het is één ding om iemand te horen zeggen dat de werkelijkheid anders is dan je altijd denkt en dat je eigenlijk zelf de wereld bent. Maar het is onvoorstelbaar om dat ook werkelijk zo te voelen.

Het was een mooi verblijf, daar in Chateau Valogne.

46. Rust

Chateau Valogne was een verademing. In meerdere opzichten een tussenstop op deze zwerftocht. Ik genoot van de heuvels van de Morvant en de vele planten en dieren die er waren te zien. IJsvogels scheerden over de rivier, grauwe klauwieren postten op de telefoondraden, zwarte roodstaarten hadden hun nest boven één van de houten karren, knautia’s bloeiden, kleine parelmoervlinders fladderden rond en waterjuffers – ik denk azuurjuffers, maar kon de fel oranje stigmata niet plaatsen – waren volop bezig met hun paringsrituelen. En de rode rozen… met de kennis van nu beschouw ik die als een aankondiging van wat later zou komen.

Het kasteel deed iets met mij. En het gooide er nog wat bovenop dankzij het boek dat mijn dochter mij cadeau had gedaan: The 7 1/2 deaths of Evelyn Hardcastle van Stuart Turton. Een bijzonder verhaal, waarbij de hoofdpersoon in een (Engels) landhuis met allerlei kamers en gasten een moord moet oplossen. En daarbij op een of andere manier dezelfde dag beleeft in verschillende lichamen, met de bijbehorende verschillende karaktereigenschappen. Ondertussen zat ik in een groep mensen met allemaal hun eigen karakter en geschiedenis, die naar dit kasteel in Sommant waren gekomen voor meditatie en begeleiding op hun spirituele pad door Jan Geurtz – met als uitgangspunt dat het ego, en dus je karakter, ook maar een verzinsel is. In dit kasteel met al zijn gangen en kamers en mensen, was er bij het wegleggen van het boek altijd even wat verwarring als mijn geest het verhaal uit het boek verving door het verhaal van de werkelijkheid. Oh ja, er was een boek met een Engels kasteel vol mensen en een hoofpersoon die iets moest oplossen, en er was een verblijf in een Frans chateau ook vol mensen en een hoofdpersoon die iets wilde vinden.

En wat dan met die geest uit het verleden? Tijdens al dat speurwerk zag ik opeens parallellen tussen de middelbare schooltijd en de groepsprocessen die zich daar afspeelden, en de groepsprocessen hier. De gevoelens van nu leken sprekend op die van vroeger. En dus liet ik me maar meestromen met wat zich aandiende.

Wat ik zeg: het was een verademing.

45. Chateau Valogne

En zo bereikte ik op mijn zwerftocht Chateau Valogne in de Morvan, Frankrijk. Het kasteel was gelegen juist even buiten het dorp Sommant aan de voet van groene heuvels langs een kleine rivier.

Zodra ik ommuurde tuin binnenkwam, wikkelde het verleden zich als een warme deken om me heen. Hier zat ik voor een week meditatie en les over Dzogchen door Jan Geurtz. Retraite, vakantie, bijkomen van het zwerven en nieuwe energie opdoen voor het vervolg.

En natuurlijk de balans opmaken: wat had deze zwerftocht tot dusverre gebracht? Ik had mensen ontmoet en hun portretten gemaakt. Als je er in gelooft, zouden het zomaar engelen kunnen zijn als begeleiders op de tocht. Ik had gevoel teruggevonden, gevoel dat lang opgesloten had gezeten en nu weer uitbundig rondfladderde in de nieuw verworven vrijheid. Ik had de wereld doorzien voor wat zij was: niet meer dan een fantasie, een verhaal. Ik had geleerd om mijn pijn te omarmen en lief te hebben.

En juist op het moment dat ik dacht dat ik wel zo’n beetje klaar was, bleek dat er geen kasteel bestaat zonder spoken. In een duistere ruimte trof ik een geest uit het verleden.

Mijzelf.

40. Zelfbeeld

Twee kleine stukjes in Psychologie Magazine. Het ene stukje zei: Twee weken lang jezelf zijn op social media verbetert je stemming en welzijn. Dat riep meteen de vraag op: Wanneer ben ik dan mijzelf? Kan ik ooit niet mezelf zijn? In het tweede artikeltje las ik dat er zoiets bestond als ‘narratieve psychologie’, een stroming in de psychologie die ervan uitgaat dat het verhaal dat we onszelf vertellen voor een belangrijk deel bepaalt hoe we ons leven ervaren. Zie je wel! Jezelf zijn is dus afhankelijk van het verhaal dat je over jezelf vertelt.

Mijn wereld hangt aan elkaar van verhalen. Verhalen die ik mezelf vertel, verhalen die ik een ander vertel en verhalen die ik hoor van anderen. De achterkant van de maan ken ik bijvoorbeeld alleen maar uit verhalen, niet uit eigen ervaring. De boommarter heb ik niet gezien, maar de sporen in het bos vertellen me dat ze in de holle boom haar jongen heeft grootgebracht.

Eén van mijn favoriete verhalen: dat ik een eenzame buitenzwerver ben. In mei hoorde ik twee haviken paren – ik had het nog nooit gehoord maar wist meteen dat het een paring moest zijn. Twee schimmen vlogen weg door de bomen. Ik ben de volgende dag gaan zoeken en vond hun nest, toen nog leeg. Sindsdien loop ik in de lunchpauze geregeld langs het nest. De ouders zijn schuw, laten zich wel horen maar vrijwel nooit zien. Er zijn eieren gekomen en de jongen hebben inmiddels de leeftijd bereikt dat ze nieuwsgierig de wereld in kijken. Volgende week zullen ze hun eerste stappen buiten het nest doen.

Ik weet het, nestfotografie is ‘not done’. Maar ja, ik kom er bijna elke dag langs op mijn lunchwandeling. Het enige wat ik hoef te doen is de camera even oprichten. Moeder is altijd in de buurt, ik hoor haar vaak en één maal is ze even komen kijken, laag over mij heen scherend.

Nestfotografie geeft verstoring. Maar wat dan met dat nest van die houtduiven? Die suffe dieren zoeken de verstoring zelf op, hebben het in hun kleine koppie gehaald om pal achter mijn keukendeur te gaan nestelen. Als ik de deur stevig open doe, krijgt moeder in haar nest een optater. Ik heb me maar aangeleerd om héél voorzichtig en rustig pratend de keukendeur op een kier te zetten en naar buiten te glippen. Het verhaal dat ik mijzelf daar vertel is dat de dieren mij wel aardig vinden, anders zouden ze zo’n plek toch niet uitzoeken. Op de foto lijkt ze argwanend in de lens te kijken, maar ze zat zich rustig te poetsen, schikte nog een takje, en ging even verzitten. Ik denk zomaar dat haar eieren in deze hitte zijn uitgekomen, want er lag een donsveertje met wat bloed op de grond.

Ik ben liever buiten dan binnen, geloof ik. Even kijken hoe het met alle planten en dieren gaat. Vorig jaar fotografeerde ik overdag, om een uur of 12 ’s middags, een jonge das. Het dier was totaal niet bang, eerder verbaasd om mij op vier meter afstand te zien, en scharrelde rustig door. Thuis zag ik pas dat hij zijn rechteroog miste. Arm dier, ik gaf hem weinig kans op overleving. Maar vorige week zag ik dezelfde das weer, zonder rechteroog, groter en sterker dan vorig jaar. Deze keer koos hij toch maar het zekere voor het onzekere, en verdween in de struiken. Ook dat is een verhaal dat ik mijzelf vertel, dat ik een band heb met de dieren die hier wonen.

Onzin natuurlijk. Het zijn en blijven mijn gedachten, van het type verhalen om de wereld betekenis te geven, om mijzelf betekenis te geven. Je ware ik, zegt mijn spiritueel leraar, is de waarnemer van al die gedachten, zintuiglijke prikkels en emoties. Twee weken ‘jezelf’ zijn op social media kan in die optiek helemaal niet. Het enige wat kan, is dat je jezelf gedraagt in overeenstemming met één van de verhalen die je over jezelf vertelt. Bijvoorbeeld het verhaal van een buitenzwerver.

38. De wil van de klaproos

Ik vond een nest van een boommarter. Lang verhaal, geen boommarter gezien want die was al verhuisd. Voor de zekerheid heb ik daar toch maar twee avonden urenlang op de bosgrond gelegen. Geen straf, want het was prachtig weer, het geurde naar de zomer en er kwamen bosmuisjes voorbij, en raven en vele, vele andere bosdieren. Ik lag te genieten, maakte nog een foto van het prachtige schaduwenspel van de bladeren op de stam in de ondergaande zon… maar geen boommarter.

Een foto van een boom met latrine, met een nest waarvan je weet dat een moertjes haar jongen geeft gezoogd. Ik genoot, ik had de hele dag al volop foto’s gemaakt, ik wist eigenlijk wel dat ze al was verhuisd en ik had al foto’s van boommarters uit voorgaande jaren. Zou het nou nog veel uitmaken als opeens de boommarter toch wel zou verschijnen?

Ja. Het zou enorm verschil maken. Mijn ego zou een boost van jewelste krijgen, ik zou juichend naar huis gaan en tevreden in bed kruipen. Toch weer die hoopvolle verwachting, die wil om iets voor elkaar te krijgen.

Thuis pakte ik Nietzsche maar weer eens uit de kast. De Wil tot Macht, de Wil tot Realisatie. Ooit vond ik dan een veelbetekenend inzicht: de Wil als drijvende kracht van alles in de natuur! Nietzsche was een kind van zijn tijd, en vond zijn gelijk in het toen nog jonge Darwinisme en andere wat obscuurdere ideeën over strijd en overleving.  

Wat is de wil van een klaproos? Om te groeien, om te bloeien, om zijn kelkbladen uit te slaan en zich te realiseren ten koste van alle andere planten om hem heen, zou Nietzsche waarschijnlijk zeggen. Maar waarom zou de bloem het eindpunt zijn? Zou het niet de wil van de klaproos zijn om alle levenskracht terug te trekken in kleine zaadjes en die te verspreiden voor een lekkere winterslaap? Of om samen met het gras te wuiven in de wind en te vieren dat eindelijk de zon weer volop schijnt?

De Wil leidt onvermijdelijk tot spanning, strijd, triomf en uiteindelijk teleurstelling. Hoe anders is de blik van een Boeddhist, die simpelweg zou zeggen dat je de klaproos kunt waarnemen – of niet. Alleen maar waarnemen wat er is, zonder iets aan je waarnemingen te veranderen. Net als de boommarter. Zij zit in de boom, of zij zit er niet. Of zij zit er zowel wel als niet, totdat ik haar waarneem of het lege nest. Eigenlijk dus Schrödingers boommarter.

36. Onvolmaakt

Ik dacht altijd dat ik de enige was. In tekeningen en schilderijen maakte ik altijd opzettelijk een storende fout, zodat iedereen naar die fout zou kijken. “Het is een prachtig schilderij, alleen dat ene ding daar. Wat jammer nou, het is bijna perfect!” Voor mij schuilde de perfectie juist in die fout. Overigens vernam ik dat een gerenommeerd Japans schilder – ik ben zijn naam vergeten, als ik hem weer tegen kom zal ik het hier melden  – precies hetzelfde deed. In elk kunstwerk één opzettelijke fout, om daarmee de hoogst mogelijke staat van perfectie te bereiken.

Onlangs nodigde iemand mij uit om tijdens een meditatie te proberen de volmaakte staat van ‘Zijn’ te benaderen. Het zou een gelukzalige staat moeten zijn, niet verstoord door gedachten of emoties. Geen wil om iets te bereiken of veranderen, alleen maar Zijn. Ik stelde me een soort zwart gat voor dat alles opzuigt zodat er niets meer overblijft. Helemaal niet fijn. Gelukkig heb ik die volmaakte staat nog lang niet bereikt, want tijdens de ‘volmaakte stilte’ hoorde ik het bloed ruisen door de bloedvaten in mijn oren, de rode bloedlichaampjes klotsend en botsend tegen elkaar en tegen de celwanden. Zoals ik al zei: mijn gedachten springen alle kanten op.

Perfectie is saai. Het is af. Je hoeft er niets meer mee en je kunt er ook niets meer mee. Een wit papier zonder enige smet, een ronde cirkel zonder ribbeling, wat heb je er aan? Juist de imperfectie trekt mij aan. De hap uit de zon vanmiddag tijdens de zonsverduistering. De klaprozen die alle regels van de kunst schenden. Zo wil ik het hebben.

Wie kan rusten in onvolmaaktheid, weet wat perfectie is.

34. Verwachting

Nee, het wordt geen ontmoeting. “Ik heb moeite met verwachtingen die mannen vaak van me hebben,” schrijft ze. “Ik voel me zelden tot iemand aangetrokken. Enthousiasme voel ik als ballast. Ik ben zeer gevoelig.”

Zelden aangetrokken. Ik ben verbaasd. Heeft ze het over mij? Ben ik enthousiast, heb ik verwachtingen? In dat laatste moet ik haar onmiddellijk gelijk geven. Ja, natuurlijk heb ik verwachtingen. Als ik ’s ochtend uit bed spring dan verwacht ik dat er naast het bed een vloer is die mij opvangt, en dat ik niet in een peilloze diepte stort. Ik denk er nooit zo over na, maar verwachtingen zijn de lijm van mijn wereld. Ik zal mijn macro lens maar meenemen, want misschien staat er wel ereprijs in de berm.

Een verwachting is een idee, een verhaal over de toekomst. Een verzinsel dus dat waarheid kan worden of niet. De verwachting zelf zal niet haar probleem zijn. Wel het gevoel bij die verwachting. Ik hoop maar dat er ereprijs staat! Hoopvolle verwachting leidt tot spanning, en spanning leidt tot vreugde of teleurstelling. Deze zwerftocht ben ik zonder doel begonnen, met alleen een vaag idee over de richting die ik zou gaan. En nu begint iemand over mijn verwachtingen, om vervolgens een barrière over mijn pad te gooien.

De ereprijs staat in de berm, en ik ben blij. De ontmoeting komt er niet, en ik realiseer me dat ik een schurend gevoel van afwijzing voel. “Ik denk dat verwachtingen zelden worden losgelaten,” schrijft ze, nog voordat ik heb kunnen nadenken over aantrekken, verwachten, ontmoeten en ereprijs. Morgen toch maar even uitkijken voordat ik weer uit bed spring.

33. Krioelen

In het bos zag ik een mierennest bomvol rode bosmieren. ‘Verrek zeg…’ dacht ik. ‘Dat lijken mijn gedachten wel!’ Het ‘voorjaarszonnen’ bij de bosmieren is een fenomeen dat je alleen op de eerste zonnige lentedagen kunt waarnemen. Het lijkt wel alsof alle mieren tegelijk naar buiten komen om samen feest te vieren. Waarschijnlijk nemen ze in hun lichaam warmte op, en brengen ze die vervolgens onder de grond het nest in.

Bij dzogchen meditatie is het de bedoeling dat je naar je gedachten kijkt. Hoe een gedachte opkomt, even bestaan en weer verdwijnt als er nieuwe gedachten opkomen. ‘Gedachten stilzetten kan niet,’ zegt mijn leraar altijd. ‘Dus vergeet die wellness meditatie waarbij wordt gezegd dat je nergens aan moet denken om tot rust te komen. Dat is volstrekt onmogelijk. Kijk hoe je gedachten voorbij komen, alsof je langs een rivier gaat zitten kijken naar de stroming.’

Ik heb altijd wat moeite met die metafoor. Mijn gedachten geven meestal de associatie met die keer dat er een brandende lucifer achteloos werd weggegooid in een doos vol vuurwerk. Alles knalt en sist en vliegt gillend de doos uit.

Maar nu heb ik een nieuwe metafoor, voor als het wat rustiger is van binnen. Dit nest bosmieren, een krioelende hoop beweging waarvan de precieze functie nog steeds niet helemaal duidelijk is. Machtig mooi toch, die natuur.