Too much nature!

Every time in the USA I am overwhelmed by the abundance of nature. There is so much to see! I come home with thousands of pictures. Let me show a few of them here.

I woke up with birds singing, and they kept on singing all day long. You don’t need to go out to do birding, you can just sit on your veranda and they come to you. The intense red of the Northern cardinal (Cardinalis cardinalis) – just can’t stop taking pictures! I have them hunting for insects in the grass, singing and hiding in the bushes, but this one I like most: sunbathing in the scorching sun.

Then the eastern bluebird (Sialia sialis). Such beautiful colours! Funny, the nuthatch in the Netherlands has almost the same colours, but is a little paler.

“Look at those cute squirrels!”
I was immediately corrected. “They are not cute. They are rats with a tail. They climb through the rain gutter, come into the house. They gnaw and make a huge mess!”
“They won’t be that bad will they?” I thought. But indeed. They’re everywhere. Really everywhere, in huge numbers, in and around the houses.
In Europe, the grey squirrel (Sciurus carolinensis) is considered an invasive alien species. They eradicated the indigenous red squirrel (Sciurus vulgaris) in most of the United Kingdom, as they are bigger, stronger and resistant to squirrel diseases they carry.

“What about those chipmunks? Those ‘ground squirrels’, as we call them?”
“Less bad than the grey squirrels. But I still don’t need them in the garden. They dig holes everywhere.”
I have to t confess: last week in my garden back home I saw mouse holes. Shrews probably, there are a lot of them here. And my first thought was: How do I get those bloody mice out of my garden?
Anyhow, the Eastern chipmunks (Tamias striatus) is not considered an invasive species in Europe. But it’s nephew, the Siberian chipmunk (Tamias sibiricus) is.

Another unwelcome animal. That is: In Europe again. Many red eared sliders (Trachemys scripta) have been imported as pets. So cute, these tiny baby-sliders with their flip-flop-feet! But baby sliders grow big, too big for small aquariums, and the entire house starts to smell. Eventually all these imported pet sliders are dumped in nature. No one wants to kill his pet, and the animal shelters are full. The pet industry doesn’t care – when a European ban on import and trade was imminent, thousands of extra baby sliders were rapidly imported and ‘put in storage’. To be able to continue selling them for some time after the ban. Anyhow, the one on the picture is enjoying his natural habitat. In the USA.

– To be continued –

Chasing waterfalls

‘Don’t go chasing waterfalls,’ TLC sings. The expression puzzles me, for I can’t combine the beautiful image of waterfalls with bad or self-destructive behaviour, what the song is about. I love waterfalls. Probably because I live in the Netherlands, a country devoid of any. So when I’m abroad, I don’t miss a chance to visit one. If you would come to my house, you’d find one printed as wallpaper. I sleep under my own waterfall, every night. ‘Don’t go jumping waterfalls,’ Paul McCartney sings. Now that I do understand. Jumping them would be very unwise indeed.

Here’s a few waterfalls from the last USA trips. Amicalola, Cloudland canyon and Big canoe. The names alone are enough to make me dream away into different worlds.

Portret met bloemen

Af en toe komt iemand met een leuke vraag.
“Ik wil graag  zo’n portret met bloemen op mijn hoofd. Maar dan wel met mijn eigen gezicht, want ik wil geen vreemde in mijn huis.”

Et voilá. Een portret in de stijl van de oude meesters.

Ik ben benieuwd: Hoe zou jij jezelf terug willen zien?

Favoriete bosbewoner

Dit is vermoedelijk mijn favoriete bosbewoner: de boommarter. Echte, wilde natuur, zomaar in ons eigen Nederland. Het is alweer twee jaar geleden dat ik er voor het laatst een zag. Vorig jaar vond ik wel een bewoonde boom, maar nét te laat. Het gezin had de boom waarschijnlijk de week ervoor verlaten, te oordelen aan de latrine. Nu zit het moertje er nog. Vandaag tenminste – het zal niet de eerste keer zijn dat een gezinnetje van de ene op de andere dag verdwijnt…

Vandaag een groot deel van de dag gepost bij het nest, om te kijken hoe het staat met de gezinsuitbreiding. Het moertje kwam één maal buiten kijken, en hield het daarna voor gezien. Niet zo spectaculair, maar in het nest waren de jongen te horen. Ik gok dat ze over één of twee weken zo ver zullen zijn dat ze het nest verlaten. Het is te hopen dat iedereen dan de hond aan de lijn houdt.

Zo´n lange dag in het bos geeft altijd nieuwe ervaringen. Bijvoorbeeld de koolmezen en boomklevers, die geregeld langs komen om de latrine te inspecteren. Ik vermoed dat daar wel wat insecten te vinden zijn.

Ook leuk zijn de toevallige ontmoetingen met andere bosbewoners. Zoals deze rode eekhoorn, die even stil hield om te kijken. Verrek, zit daar nou een mens? Ja zeg, het is echt een mens! Nou ja, rustig doorlopen maar, en doen alsof ik hem niet heb gezien…

Dichtbij en ver weg

Soms vind je vlak bij huis de meest exotische locaties. Vorige week was ik in het Belgische Oostende, dat me verwende met een paar prachtige zonsondergangen. Met het on-Nederlandse licht leek het ver, heel ver weg. Dichtbij of ver weg, uiteindelijk zit het allebei in jezelf…

Koningsdag 2022

Eindelijk mochten we weer. Naar buiten en samen zijn. We moeten nog even wachten wat dit voor het aantal covid besmettingen heeft betekend – ik heb in de steden enorme mensenmassa’s gezien, maar iedereen liep in de buitenlucht en het contact in het voorbijgaan was veelal vluchtig. Onderstaand een foto-impressie van het begin van de Koningsnacht in Utrecht, en de dag zelf in het Vondelpark in Amsterdam.

Lachen met purperkoeten

Ooit was ik in Mallorca, waar ik erg graag de prachtige purperkoet op de foto wilde zetten. Dochter en vriendin hadden niet zo’n zin om mee te lopen en bleven liever in het cafeetje aan het begin van het lange, rechte pad door het moeras. Terwijl ik speurend verder liep hoorde ik ze opeens achter me schreeuwen. Ik draaide me om en gebaarde: “Wat is er?”

Weer riepen ze, en wezen mijn kant op. Ik begreep er niets van, en liep maar verder.

Later vertelden ze me gierend van de lach dat er een vlak achter mij rustig over het pad had gewandeld – die juist in de bosjes indook toen ik me omdraaide. En terwijl ik me omdraaide, rende een tweede achter mijn rug óók het pad over. Zij lagen dubbel – ik merkte niets.

Ik kreeg ze op de foto, maar ik had kunnen wachten tot deze winter. December 2021 werd de eerste purperkoet ooit in Nederland gezien, in Zevenhuizen. Meteen gevolgd door een tweede in Alblasserdam. Ik ben niet zo’n fanatieke twitcher die alle zeldzaamheden meteen afrent, dus ik heb ze lekker laten zitten.

Twee weken geleden was ik op die prachtige zondagochtend in Kinderdijk om de molens te fotograferen – die van de vorige blogpost. Iemand zag mijn telelens, en vroeg of ik nog zeldzame vogels had gezien. “Niet echt,” antwoordde ik. “De cetti’s zanger vind ik altijd wel leuk, want dat was vroeger een echte zeldzaamheid.” Een andere molen-fotograaf merkte op dat hij nog even zijn telelens ging halen voor de vogels. Ik ging rustig naar huis – een uur rijden – en kwam er pas dagen later achter dat die tweede purperkoet dus gewoon vierhonderd meter verderop langs hetzelfde fietspad had gezeten. Waar hij de hele winter had gezeten.

Nou ja, dat was toch wat te veel voor me. Het weekeinde daarna was de verwachting wederom stralend, en ben ik maar teruggekeerd. Nogmaals de molens bij zonsopkomst, en nu ook de purperkoet. Ik denk dat ik hem vanuit het riet heb horen grinniken.

(Op de laatste foto duikelt hij voorover omdat zijn poot bleef haken achter een rietstengel. Beetje onhandig zijn ze wel)

Terug naar de natuur

Het was hoog tijd om er weer eens op uit te gaan voor vogelfoto’s. De keuze viel op IJmuiden, dat in de zon opeens wel de Mediterrané leek. Steenlopertje kwam rustig langs slenteren alsof ook hij een vakantiegevoel had.
Vaste bewoners in de wintermaanden zijn ook de paarse strandlopers. Altijd blij als ik die weer zie. Ik vind het een vriendelijke vogel met mooi verenkleed – en niet onbelangrijk: hij laat zich makkelijk fotograferen!
Een zeehond, vlak bij de kust! Ik dacht dat hij lag te  dutten op de typische zeehondenmanier, rechtop met de neus boven water. Maar toen hij zich omdraaide was een enorme vleeswond op de rug te zien. Ik bespaar u de foto’s daarvan. Waarschijnlijk geraakt door de schroef van een boot. Mij restte slechts verdriet en machteloosheid…
Ook deze lag even verderop nieuwsgierig te kijken. Zou het de partner zijn geweest? Mijn verbeelding drong me allerlei trieste gedachten op. Ja ik weet, in de natuur is het ook niet allemaal koek en ei. Maar toch…

Gelukkig was er ook een zwerm drieteenstrandlopertjes. Die doen me altijd wat. Het lijken van die vrolijke beestjes, altijd druk aan het rennen en ondertussen ook bezig met elkaar.

Dus ik dacht: “Ik wacht even tot ze opvliegen.” Maar zij dachten: we gaan slapen. Dat schoot natuurlijk niet op.

Ook op de pier: de kuifaalscholver. Het kleine, ranke familielid van de gewone aalscholver. Vogels van rotsige kusten, en redelijk vaste bezoekers van de IJmuidense pier en de zuidelijke delta. In 2013 broedde een paartje voor het eerst in Nederland, bij Neeltje Jans.

Dit is een jong. Ik ben blij met de foto, vooral met het groen iridiserende zonlicht op de veren van de onderrug. Een volwassen mannetje met kuif aan het begin van het broedseizoen zou ook mooi zijn, maar dat zat er vandaag niet in. Er is altijd een reden om er opnieuw op uit te gaan.

Je zal maar een jonge zilvermeeuw zijn. Geen zeldzaamheid waarvoor mensen van heinde en verre komen om te zien. Geen mooie kleuren. Geen olijke snoet. Geen gezellig rennen, geen hippelhuppel sprongetjes, geen zonnige zang. Zelfs niet het frisse wit en warme grijs van de volwassen vogels. Alleen maar die chagrijnige, argwanende kop.
 
Toch vind ik het een prachtvogel.
KBV’tjes worden ze wel genoemd: Kleine Bruine Vogeltjes. Van die zangvogeltjes die zich schuilhouden tussen het struikgewas en daarom niet goed te determineren zijn. Dit was een KGV’tje: een Klein Groengeel Vogeltje. Er zat een kleine familie die alleen hoge contactroepjes piepten. Vanwege de kleur dacht ik aan een fitis; wel gek hier op de kale pier want fitissen zijn van bos en park. Thuis nog maar eens goed gekeken en verdraaid, hij had zwarte pootjes. Dus geen fitis maar een tjiftjaf. Net zo gek, want die zitten normaliter óók in het struikgewas. En om het extra moeilijk te maken: tjiftjafs zijn gewoonlijk weer niet zo groengeel. KGV’tje blijft het dus maar, totdat hij een keer gaat zingen.

Kleine wereld

“Iedere zonsondergang is ook een zonsopkomt. Het hangt er maar van af waar je staat,” schreef ze.

…..
Niets aan toe te voegen.